Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2017–2018 21 501-20Europese Raad Nr. 1292 MOTIE VAN HET LID HENNIS-PLASSCHAERT C.S. Voorgesteld 8 februari 2018 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de euro succesvol is gebleken in het doel van lage inflatie en een relatief stabiele wisselkoers; constaterende dat er diverse voorstellen en denkrichtingen op tafel liggen die betrekking hebben op de verdere versterking van de Economische en Monetaire Unie (EMU); constaterende dat de zienswijzen van de deelnemende landen sterk uiteenlopen; overwegende dat een toekomstbestendige EMU in het Nederlands belang is maar dat de inrichting hiervan nauw luistert; overwegende dat voor een goed functionerende en ook geloofwaardige EMU het nodig is dat alle deelnemende landen de afspraken/regels naleven en dat handhavingsinstrumenten optimaal worden benut; overwegende dat de gevolgen van slecht beleid in een individueel land niet op andere landen kunnen worden afgewenteld; overwegende dat landen primair zelf verantwoordelijk zijn voor het op orde brengen van het eigen huis, e.g. overheidsfinanciën, veerkracht economie, gezonde bankbalansen; overwegende dat een stabiele munt van belang is voor de eurozone; verzoekt de regering, een actieve rol te spelen in de Europese discussies over het versterken van de stabiliteit en schokbestendigheid van de EMU; verzoekt de regering tevens, het volgende afwegingskader te hanteren bij de beoordeling van de voorstellen die op tafel liggen en/of nog zullen worden ingediend: kst-21501-20-1292ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 21 501-20, nr. 12921
•landen zijn en blijven primair zelf verantwoordelijk voor hun begroting en economie; •bestaande regels en afspraken worden niet versoepeld maar wel eenvoudiger, en de handhaving daarvan wordt geloofwaardiger; •er worden geen verdere stappen gezet in de richting van een schulden-gemeenschap, permanente en/of grootschalige transfers; •voorstellen die direct of indirect de no-bail-outclausule herstellen worden gesteund; •een eventuele gemeenschappelijke publieke achtervang is (al dan niet op de middellange termijn) begrotingsneutraal; •er wordt gewerkt aan een permanent mechanisme voor schuldher-structurering van overheden wanneer deze een beroep willen doen op Europese steun; •er dient bewezen risicoreductie in de bankenunie plaats te vinden alvorens te participeren in structuren die (kunnen) leiden tot meer risicodeling; •er vindt geen aanpassing plaats in de ESM-stemverhouding waardoor deelnemende landen hun veto verliezen, anders dan voor de noodpro-cedure; •in een nieuw Meerjarig Financieel Kader (MFK) worden middelen in de vorm van een positieve prikkel gekoppeld aan structurele hervormin-gen, en gaat over tot de orde van de dag. Hennis-Plasschaert Omtzigt Sneller BruinsTweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 21 501-20, nr. 12922