Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 753RechtsbijstandNr. 298 MOTIE VAN HET LID VAN NISPEN C.S.Voorgesteld 15 april 2025 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat een redelijk inkomen voor sociaal advocaten van grootbelang is om de sociale advocatuur overeind te houden en decommissie-Van der Meer II de kantoortoeslag als een belangrijke impulsziet om samenwerking tussen kantoren te stimuleren en daarmee nieuwesociaal advocaten op te leiden, een randvoorwaarde voor het waarborgenvan de toegang tot het recht;overwegende dat schaal 12, trede 10 cao Rijk door diverse achtereenvol-gende regeringen als redelijk inkomen van een sociaal advocaat isvastgesteld en is opgenomen in de opdracht aan de commissie-Van derMeer II;constaterende dat de commissie heeft vastgesteld dat de kantoortoeslagvan € 14,82 naast de verhoging van het punttarief met € 1,46 vooradvocaten werkzaam in kantoren noodzakelijk is om op genoemdreferentie-inkomen uit te komen;verzoekt de regering opdracht te geven aan de Raad voor Rechtsbijstandom de randvoorwaarden voor een kantoortoeslag in samenwerking metde advocatuur voor de zomer nader uit te werken en de Kamer teinformeren welke opvolging hieraan gegeven gaat worden,en gaat over tot de orde van de dag.Van NispenLahlahSneller kst-31753-298ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 753, nr. 298