Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 32 043Toekomst pensioenstelsel Nr. 474 MOTIE VAN HET LID BRUINS C.S. Voorgesteld 19 juni 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het aantal werknemers dat geen arbeidsvoorwaardelijk pensioen opbouwt de afgelopen jaren verder is toegenomen; overwegende dat het hier met name om jongeren gaat en dat dit des te zorgelijker is nu het zwaartepunt van de pensioenopbouw meer aan het begin van de carrière komt te liggen; overwegende dat jongeren vaak niet aan tafel zitten als het over pensioen gaat, terwijl het onderwerp hen nadrukkelijk aangaat en beslissingen nu impact hebben voor hun toekomst; verzoekt de regering, om samen met de Stichting van de Arbeid voort-varend met oplossingsrichtingen te komen om de omvang van de witte vlek te doen afnemen; verzoekt de regering voorts, om jongerenorganisaties te betrekken bij dit vraagstuk, en gaat over tot de orde van de dag. Bruins Van Weyenberg Van der Linde Omtzigt kst-32043-474ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 32 043, nr. 474