Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 32 735Mensenrechten in het buitenlands beleid Nr. 85 MOTIE VAN HET LID DE ROON Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 30 september 2013 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Saudi-Arabie op grove schaal mensenrechten schendt, de repressie in het land sterk toeneemt, en mensenrechtenverdedigers in toenemende mate worden vervolgd; voorts constaterende dat Amnesty International aangeeft dat de stille diplomatie niet (voldoende) werkt, en Saudische mensenrechtenverde-digers aangeven behoefte te hebben aan publieke veroordeling van de heksenjacht op hen, en aandacht voor de rechtszaken tegen hen; overwegende dat de bescherming van mensenrechtenverdedigers een prioriteit is van deze regering; verzoekt de regering, de vervolging van Saudische mensenrechtenverde-digers publiekelijk te veroordelen en per casus toegang te vragen voor het bijwonen van de rechtszaken van mensenrechtenverdedigers en de Kamer hierover jaarlijks te rapporteren, en gaat over tot de orde van de dag. De Roon kst-32735-85ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 32 735, nr. 85