Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202519 637VreemdelingenbeleidNr. 3361 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLEVoorgesteld 12 februari 2025 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Minister Faber aangaf «misschien een punt of eenkomma, maar niet meer dan dat» in reactie op de vraag of haar wetsvoor-stellen aangepast worden naar aanleiding van het advies van de Raad vanState;constaterende dat Geert Wilders over de Raad van State stelt «dieongekozen bureaucraten van de Raad van State» en «dat dit Hoge Collegevan Staat de Nederlander niet op 1 zet»;keurt de neerbuigende en respectloze uitingen van PVV’ers over de Raadvan State af,en gaat over tot de orde van de dag.Van Baarle kst-19637-3361ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 3361