Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 31 066Belastingdienst Nr. 641 MOTIE VAN HET LID LEIJTEN C.S. Voorgesteld 27 mei 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat duizenden gedupeerde ouders zijn gebeld met de mededeling dat zij niet onder de compensatieregeling vallen terwijl nog steeds niet wordt bewezen dat zij fraude hebben gepleegd; voorts constaterende dat zij grote materiële en emotionele schade hebben geleden die vergelijkbaar is met de gedupeerden van de CAF 11-zaak; overwegende dat de principes van de rechtsstaat voorschrijven dat iemand onschuldig is tot het tegendeel bewezen is; verzoekt de regering, er zorg voor te dragen dat bij de afhandeling van zaken waarin ouders opzet/grove schuld verweten wordt de Belasting-dienst altijd kenbaar maakt waarvan ouders worden verdacht zodat zij zich kunnen verweren, en gaat over tot de orde van de dag. Leijten Van Otterloo Van Kooten-Arissen Snels Nijboer Azarkan Van Raan Lodders Van Weyenberg Omtzigt Bruins kst-31066-641ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 31 066, nr. 641