Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 35 334Problematiek rondom stikstof en PFAS Nr. 157 MOTIE VAN HET LID BOSWIJK Voorgesteld 24 juni 2021 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat een grote groep agrariërs buiten hun schuld benadeeld zijn, door de peildatum in de fosfaatwetgeving van 2 juli 2015; constaterende dat meer uitstoten van fosfaat of stikstof wettelijk geen mogelijkheid is; constaterende dat sinds 2016 het aantal melkkoeien met 12,5% is afgenomen; constaterende dat er bij meerdere warme saneringsregelingen meer animo is dan budget; overwegende dat de status quo en onzekerheid bij veel knelgevallen onwenselijk en soms zelfs onmenselijk is; verzoekt de regering, in het licht van de lopende en toekomstige warme saneringen met een actieplan te komen waarbij op termijn de stikstof- en fosfaatruimte die ontstaat zo veel mogelijk, in volgorde van gradaties, onder de knelgevallen wordt verdeeld; verzoekt de regering, in overleg te treden met financiële instellingen en ketenpartijen om gezamenlijk te kijken hoe, totdat knelgevallen deels gecompenseerd zijn, de ergste financiële nood kan worden verzacht; verzoekt de regering, dit actieplan voor te leggen aan de Kamer, en gaat over tot de orde van de dag. Boswijk kst-35334-157ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 334, nr. 157