Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 037MestbeleidNr. 622 MOTIE VAN HET LID BECKERMANVoorgesteld 1 oktober 2025 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de besluiten om het afromingspercentage voorpluimvee en varkens op 0% te zetten gebaseerd zijn op een prognose vande mestproductie in plaats van op feitelijk vastgestelde productie;constaterende dat voor de varkenshouderij in 2025 een overschrijding vanhet mestproductieplafond wordt verwacht;constaterende dat wordt verwacht dat de varkensmestproductie pas optermijn onder het plafond komt en dat dit afhankelijk is van verschillendefactoren;overwegende dat boeren in het verleden in de knel zijn gekomen, doordatde overheid voorbarig is geweest met beschikbare emissieruimtes;overwegende dat de Minister aangegeven heeft dat een mogelijk gevolgvan overschrijding kan zijn dat de afromingspercentages weer verhoogdmoeten worden, met jojobeleid tot gevolg;verzoekt de regering om maatregelen waarvan wordt uitgegaan dat zebinnen het mestproductieplafond passen pas in te laten gaan als debenodigde reductie daadwerkelijk vastgesteld is in plaats van op basis vanprognoses,en gaat over tot de orde van de dag.Beckerman kst-33037-622ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 622
1 okt 2025Motie ingediendMotie van het lid Beckerman over maatregelen die passen binnen het mestproductieplafond pas in laten gaan als de benodigde reductie is vastgesteld Bron ↗
1 okt 2025IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
2 okt 2025Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗