Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 24 587Justitiële Inrichtingen Nr. 888 MOTIE VAN DE LEDEN KUIK EN VAN DEN BERG Voorgesteld 14 maart 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Minister heeft toegezegd dat het Justitieel Complex Vlissingen wordt gebouwd, maar dat de ingebruikname vertraagd is tot medio 2030; overwegende dat de bouw van het Justitieel Complex Vlissingen van belang is om capaciteits- en veiligheidsproblemen in het gevangenis-wezen op te lossen; overwegende dat voor een sterke, veilige samenleving de potentie van alle regio’s in Nederland moet worden benut en de provincie Zeeland als vestigingslocatie voor dit complex volop kansen biedt; verzoekt de regering om met urgentie de mogelijke versnellingen van de bouw van het Justitieel Complex Vlissingen in te zetten voor de gevan-genis en de extra beveiligde rechtbank, en te onderzoeken welke tussentijdse werkzaamheden wel al kunnen aanvangen om het complex zo snel mogelijk in gebruik te nemen; verzoekt de regering om alvast alles rondom het Justitieel Complex Vlissingen op orde te brengen, zoals voldoende personeel werven en opleiden, zodat bij de ingebruikname van het complex de werkzaamheden meteen gestart kunnen worden; verzoekt de regering om adequaat en open te communiceren over de voortgang en planning van het bouwproject, zowel met de Tweede Kamer als de provincie Zeeland, en de Kamer hierover halfjaarlijks te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Kuik en Van den Berg kst-24587-888ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 24 587, nr. 888