Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 29 398Maatregelen verkeersveiligheid Nr. 688 MOTIE VAN DE LEDEN SCHONIS EN VON MARTELS Voorgesteld 17 april 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat door organisatorische problemen bij het CBR een grote achterstand is ontstaan voor het verlengen van rijbewijzen, met name bij personen van 75 jaar of ouder; overwegende dat hierdoor grote groepen van personen die veelal zijn aangewezen op hun eigen auto als enig vervoermiddel, hierdoor geheel buiten hun schuld in de problemen geraken; overwegende dat het CBR erkent dat de problemen met de afhandeling naar verwachting nog zeker tot eind 2019 zullen aanhouden; verzoekt de regering, een tijdelijke coulanceregeling uit te werken die inhoudt dat inwoners niet gestraft zullen worden indien zij tijdelijk zonder geldig rijbewijs rijden omdat zij in afwachting zijn van hun nieuwe rijbewijs, mits zij voldoen aan de volgende voorwaarden: •aan kunnen tonen dat ze een verlopen rijbewijs hebben; •aan kunnen tonen een geldige medische verklaring te hebben; •aan kunnen tonen dat ze minimaal 90 dagen voor het verlopen van de geldigheid van hun rijbewijs hun aanvraag voor verlenging hebben ingediend bij het CBR, en gaat over tot de orde van de dag. Schonis Von Martels kst-29398-688ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 29 398, nr. 688
17 apr 2019Motie ingediendMotie van de leden Schonis en Von Martels over een tijdelijke coulanceregeling voor mensen in afwachting van hun rijbewijsBron ↗
17 apr 2019Ingediend.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
23 apr 2019Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗