Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 31 839Jeugdzorg Nr. 796 MOTIE VAN DE LEDEN PETERS EN KUIKEN Voorgesteld 6 juli 2021 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat jeugdbescherming overal in gelijke mate en op vergelijkbare wijze beschikbaar zou moeten zijn; constaterende dat berekend kan worden wat een redelijke kostprijs is voor een jeugdbeschermingsmaatregel; constaterende dat onder minimumkostprijs de continuïteit van de zorg in het geding kan komen; constaterende dat een minimale kostprijs te berekenen valt op basis van een goede bedrijfsvoering; constaterende dat een minimumkostprijs geen maximumprijs is; vraagt de Minister, met de VNG te komen tot een eenduidig minimum-tarief en een eenduidige verantwoordingsvorm voor gemeenten, en gaat over tot de orde van de dag. Peters Kuiken kst-31839-796ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 31 839, nr. 796
6 jul 2021Motie ingediendMotie van de leden Peters en Kuiken over een eenduidig minimumtarief en een eenduidige verantwoordingsvorm voor gemeenten Bron ↗
6 jul 2021IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
8 jul 2021Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗