kst-21501-07-800ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201121 501-07Raad voor Economische en Financiële Zaken Nr. 800 MOTIE VAN DE LEDEN HARBERS EN BLANKSMA-VAN DEN HEUVEL Voorgesteld 14 juni 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat het kabinet tot op heden nog geen besluit heeft genomen over verdere steun aan Griekenland; constaterende, dat aan eventuele verdere steun aan Griekenland strikte voorwaarden worden gesteld die in ieder geval bestaan uit: –een geloofwaardig en uitermate streng beleidsprogramma; –een geloofwaardig, onomkeerbaar en ambitieus privatiseringspro-gramma; –een substantiële bijdrage van de private sector; –volledige IMF-betrokkenheid; verzoekt de regering om in aanvulling op bovengenoemde punten, zich in te zetten op de volgende aanvullende voorwaarden aan eventuele verdere steun aan Griekenland: –het volgens het afgesproken tijdpad op orde krijgen van de belas-tinginning en de aanpak van de belastingfraude voorwaardelijk te stellen aan iedere vorm van verdere steunverlening; –te onderzoeken of bovenop het huidige pakket van 50 mld. een verdergaand privatiseringsprogramma mogelijk is om zodoende uitstaande schulden te kunnen aflossen; –volledig commitment van de Griekse autoriteiten op alle voorwaarden, en gaat over tot de orde van de dag. Harbers Blanksma-van den HeuvelTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 21 501-07, nr. 800