Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1771 MOTIE VAN DE LEDEN DEN HOLLANDER EN BROMETVoorgesteld 26 maart 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat versimpeling van wetgeving een goed uitgangspunt is,maar niet ten koste mag gaan van het veiligheidsniveau;overwegende dat de huidige versie van het Omnibusvoorstel van deEuropese Commissie geen impactassessment heeft en daardoor deimpact moeilijker is in te schatten;overwegende dat het nieuwe herbeoordelingssysteem voor werkzamestoffen ingrijpend wordt aangepast door risicogestuurd te worden en dathierover zorgen bestaan of zo’n nieuw systeem wel veilig genoeg is;overwegende dat dit niet mag leiden tot soepelere toetsing van schade-lijke stoffen die hierdoor op de markt kunnen komen of in het milieublijven;verzoekt het kabinet:–om er zorg voor te dragen dat het Omnibusvoorstel niet tot versoepe-ling ten koste van veiligheid leidt;–en er hierbij voor te zorgen dat het toetsingskader voor schadelijkestoffen niet wordt afgezwakt, zodat het beschermingsniveau voormens, dier en milieu gehandhaafd blijft,en gaat over tot de orde van de dag.Den HollanderBromet kst-21501-32-1771ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 1771
26 mrt 2026Motie ingediendMotie van de leden Den Hollander en Bromet over zorgdragen dat het Omnibus voorstel niet tot versoepeling ten koste van veiligheid leidtBron ↗
26 mrt 2026IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
26 mrt 2026Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗