Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 25 295Infectieziektenbestrijding Nr. 325 MOTIE VAN LEDEN JETTEN EN MARIJNISSEN Voorgesteld 7 mei 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het doormaken van de ziekte COVID-19 een ingrijpende gebeurtenis kan zijn en kan leiden tot langdurige lichamelijke en psycho-sociale klachten bij zowel patiënten en familie; constaterende dat met Q-support al veel ervaring is opgedaan met de nazorg van Q-koortspatiënten op het gebied van zorg, begeleiding en onderzoek, en dat het Longfonds nu samen met de nieuwe post-COVID-19-longpatiënten in kaart brengt welke (na)zorg voor hen nodig is; overwegende dat het van belang is dat de nazorg voor post-COVID-19-patiënten snel wordt opgestart en dat daarbij ondersteuning en begeleiding vanuit meerdere invalshoeken nodig is, zoals revalidatie, (para)medische en mentale zorg, inkomens- en arbeidsperspectief en sociale ondersteuning; overwegende dat ook het doen van onderzoek op post-COVID-19-patiënten van belang is, bijvoorbeeld voor het registreren van de langetermijneffecten, en dat het daarbij noodzakelijk is dat de diverse centra in Nederland goed samenwerken; verzoekt de regering, te bezien hoe vraaggerichte nazorg kan worden ingericht voor post-COVID-19-patiënten waarbij zorg, begeleiding en onderzoek worden gecombineerd, en hierin de ervaringen van onder meer Q-support en het Longfonds mee te nemen, en gaat over tot de orde van de dag. Jetten Marijnissen kst-25295-325ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 25 295, nr. 325
7 mei 2020Motie ingediendMotie van de leden Jetten en Marijnissen over bezien hoe vraaggerichte nazorg kan worden ingericht voor post-COVID-19-patiëntenBron ↗
7 mei 2020IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
7 mei 2020Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗