Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 21 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 749 MOTIE VAN HET LID VAN OJIK Voorgesteld 20 februari 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Commissie het laatste woord heeft over het toekennen van vrijstellingen voor pijpleidingen van de Gasrichtlijn en over de onderhandelingsresultaten die lidstaten bereiken met derde landen; van mening dat vrijstellingen moeten worden getoetst aan objectieve criteria, zodat willekeur wordt voorkomen en continuïteit wordt gewaarborgd; verzoekt de regering, zich er in de Energieraad en andere relevante EU-gremia voor in te zetten dat er objectieve criteria worden opgesteld om aanvragen tot vrijstelling en bereikte onderhandelingsresultaten met derde landen op te beoordelen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Ojik kst-21501-33-749ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 21 501-33, nr. 749