kst-23645-469ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201123 645Openbaar vervoer Nr. 469 MOTIE VAN HET LID MONASCH C.S. Voorgesteld 23 juni 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat er op dit moment in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag (G3) nieuwe grote ov-terminals worden gerealiseerd om de verwachte groei van het aantal reizigers als gevolg van onder andere het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer te kunnen verwerken; overwegende, dat de bezuinigingen op het openbaar vervoer in de G3 zullen leiden tot drastische inperking van het openbaar vervoer waardoor er in deze drie steden gebrekkige tot zeer moeizame doorstroming zal zijn van reizigers tussen de grote ov-terminals en reizigersbestemmingen in de stad; verzoekt de regering in kaart te brengen wat de gevolgen zijn van de verwachte toename van reizigers in relatie tot de doorstroming van de passagiers van de ov-terminals naar de eindbestemmingen in die steden bij het wegbezuinigen van aansluitende bussen, trams en metro’s, en gaat over tot de orde van de dag. Monasch Van Gent BashirTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 23 645, nr. 469