Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2014–2015 29 279Rechtsstaat en Rechtsorde 29 628Politie Nr. 254 MOTIE VAN HET LID VAN DER STAAIJ C.S. Voorgesteld 1 juli 2015 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het rapport van de commissie-Hoekstra signaleert dat er sprake is van onvoldoende informatie-uitwisseling tussen de ggz en andere betrokken partijen, mede als gevolg van een te nauwe interpretatie van het beroepsgeheim; van mening dat onvoldoende duidelijk is welke mogelijkheden er zijn om informatie uit te wisselen zonder dat er in strijd wordt gehandeld met het medische beroepsgeheim; verzoekt de regering, met spoed onnodige belemmeringen voor een goede uitwisseling van informatie in het belang van de betrokken patiënt en de veiligheid van de samenleving in kaart te brengen, en tevens maatregelen te treffen om die belemmeringen waar mogelijk weg te nemen, en de Kamer hierover binnen drie maanden te rapporteren, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Staaij Berndsen-Jansen Recourt Segers Oskam kst-29279-254ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 29 279, nr. 254