Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 19 637Vreemdelingenbeleid Nr. 1826 MOTIE VAN DE LEDEN VOORTMAN EN VOORDEWIND Voorgesteld 4 juni 2014 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het aantal Syrische vluchtelingen dat in Europa asiel aanvraagt de afgelopen tijd is gestegen en blijft groeien; overwegende dat door middel van invoering van een tijdelijke bescher-mingsrichtlijn, buitengewone voorzieningen getroffen kunnen worden in geval van grote toestroom van burgers van buiten de Europese Unie die niet naar hun land kunnen terugkeren, vanwege oorlog, geweld of schendingen van de mensenrechten; overwegende dat deze richtlijn zorgt voor een zeker evenwicht tussen de inspanningen van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van vluchtelingen; verzoekt de regering, zich in EU-verband in te zetten om tot een evenredige verdeling te komen tussen lidstaten met betrekking tot opvang van asielzoekers in de EU, via mogelijke middelen als bijvoorbeeld het instellen van de tijdelijke beschermingsrichtlijn, en gaat over tot de orde van de dag. Voortman Voordewind kst-19637-1826ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 19 637, nr. 1826
4 jun 2014Motie ingediendMotie van de leden Voortman en Voordewind over een evenredige verdeling tussen lidstaten met betrekking tot de opvang van asielzoekers in de EUBron ↗
4 jun 2014Ingediend.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
4 jun 2014Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗