Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 33 037Mestbeleid Nr. 457 MOTIE VAN HET LID VESTERING Voorgesteld 6 oktober 2022 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er stapsgewijs een eind komt aan de derogatie en dat daarmee ook een einde komt aan een van de voorwaarden aan de derogatie, namelijk dat melkveehouders op niet meer dan 20% van hun land voedermais mogen telen; constaterende dat de regering melkveehouders nu wil gaan betalen om de komende jaren mee te blijven doen aan de derogatieregeling, met als doel dat boeren zich aan deze voorwaarde kunnen blijven houden, om hiermee de waterkwaliteit te beschermen; van mening dat dit niet alleen een zeer omslachtige manier is om de waterkwaliteit te beschermen, maar bovendien kwistig en oneerlijk gebruik is van belastinggeld; verzoekt de regering het voorgenomen wettelijke verbod op uitbreiding van het areaal voedermais (voorzien voor 2032) zo snel mogelijk te implementeren, en gaat over tot de orde van de dag. Vestering kst-33037-457ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 33 037, nr. 457
6 okt 2022Motie ingediendMotie van het lid Vestering over het voorgenomen wettelijke verbod op uitbreiding van het areaal voedermais zo snel mogelijk implementeren Bron ↗
6 okt 2022IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
11 okt 2022Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗