kst-31839-223ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2012Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–2012 31 839Jeugdzorg Nr. 223 MOTIE VAN HET LID DIJSSELBLOEM Voorgesteld 5 juli 2012 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het gezag over kinderen, tijdelijk of definitief, gedeel-telijk of volledig aan ouders kan worden ontnomen door de kinderrechter; overwegende dat het gezag in die situaties nu wordt ondergebracht bij Bureaus Jeugdzorg, die daartoe een wettelijke opdracht hebben; van oordeel dat het op basis van een uitspraak van de kinderrechter uitoefenen van het gezag over kinderen geen onderdeel moet worden van aanbesteding van jeugdzorg; spreekt uit dat, wanneer het gezag over kinderen aan ouders wordt ontnomen, dit gezag altijd bij een overheid(sorganisatie) komt te berusten, en gaat over tot de orde van de dag. DijsselbloemTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 31 839, nr. 223