Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 33 625Hulp, handel en investeringen Nr. 25 MOTIE VAN HET LID JASPER VAN DIJK C.S. Voorgesteld 20 juni 2013 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat sinds 2010 de internationale steun voor onderwijs in ontwikkelingslanden daalt en bij het doorzetten van deze trend er in 2015 minder kinderen – met name meisjes – naar school zullen gaan dan nu; overwegende dat het Global Partnership for Education (GPE) in een groot aantal ontwikkelingslanden zowel het wegvallen van de Nederlandse onderwijssteun als die van andere internationale donoren compenseert; constaterende dat de Nederlandse bijdrage aan het Global Partnership for Education na 2014 ophoudt; overwegende dat het stimuleren van onderwijs voor meisjes een belangrijke strategische doelstelling van het Global Partnership for Education is en dat GPE op dit gebied reeds belangrijke resultaten heeft geboekt; constaterende dat elk extra jaar scholing voor meisjes leidt tot inkomen-stoename en verhoogde economische groei, vermindering van het aantal kindhuwelijken, uitstel van eerste zwangerschap, minder maar gezondere kinderen, alsmede tot vermindering van hiv/aids-infecties; verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat Nederland ook na 2014 een bijdrage blijft leveren aan het Global Partnership for Education en hiervoor binnen de vrije ruimte van het SRGR-budget middelen vrij te maken, en gaat over tot de orde van de dag. Jasper van Dijk Voordewind Van der Staaij kst-33625-25ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 625, nr. 25