Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 32 735Mensenrechten in het buitenlands beleid Nr. 262 MOTIE VAN DE LEDEN VAN HELVERT EN VAN DER STAAIJ Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 1 juli 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de regering en de meerderheid van het parlement in Zuid-Afrika over willen gaan tot landonteigening van blanke boeren zonder compensatie en daartoe een grondwetswijziging die daartoe in voorbereiding is, niet eens nodig achten; constaterende dat zowel de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als het Afrikaans Handvest voor de Mensenrechten willekeurige ontneming van eigendom verbieden en al helemaal op basis van huidskleur; verzoekt de regering, bilateraal en in internationale fora, duidelijk stelling te nemen dat de voorgenomen landonteigening van blanke boeren in Zuid-Afrika, zonder compensatie, in strijd is met de mensenrechten, en druk uit te oefenen op Zuid-Afrika om ervan af te zien, en gaat over tot de orde van de dag. Van Helvert Van der Staaij kst-32735-262ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 32 735, nr. 262