Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202619 637VreemdelingenbeleidNr. 3511 MOTIE VAN HET LID VAN DER PLASVoorgesteld 4 februari 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Oekraïense ontheemden momenteel onder de RegelingTijdelijke Bescherming vallen, die in maart 2027 afloopt, en dat het kabinetvoorstelt hun daarna een verblijfsvergunning van drie jaar toe te kennen;overwegende dat het van groot belang is dat het Nederlandse beleidrekening houdt met de wederopbouw van Oekraïne, zodat Oekraïners nahun tijdelijke verblijf snel terugkeren om bij te dragen aan de weder-opbouw van hun land;overwegende dat de duur van drie jaar het risico met zich meebrengt datterugkeer wordt vertraagd, terwijl kortere verblijfsregelingen metautomatische verlenging beter aansluiten bij de onzekere ontwikkelingenvan de oorlog;verzoekt de regering om tijdelijke verblijfsvergunningen van een jaar teverstrekken aan Oekraïense ontheemden, met automatische verlengingzolang de oorlog voortduurt, zodat terugkeer en deelname aan dewederopbouw van Oekraïne niet worden belemmerd bij beëindiging vande oorlog,en gaat over tot de orde van de dag.Van der Plas kst-19637-3511ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 3511
4 feb 2026Motie ingediendMotie van het lid Van der Plas over tijdelijke verblijfsvergunningen van een jaar met automatische verlenging verstrekken aan Oekraïense ontheemden Bron ↗
4 feb 2026IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
10 feb 2026Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗