Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 33 552Slachtofferbeleid Nr. 31 MOTIE VAN HET LID VAN OOSTEN C.S. Voorgesteld 13 september 2017 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat is gebleken dat slachtoffers of nabestaanden ongewild met veroordeelden van hen aangedaan leed worden geconfronteerd doordat deze veroordeelden zich vestigen of rondbewegen in hun buurt; overwegende dat dit onwenselijk is; overwegende dat het recht op een gezinsleven van de veroordeelde die zijn straf heeft uitgezeten, in sommige gevallen lijkt te botsen met de beschermenswaardige belangen van het slachtoffer of de nabestaanden die niet geconfronteerd wensen te worden met de aanwezigheid van de veroordeelde in hun nabijheid; roept de regering op om bij de evaluatie van de Wet langdurig toezicht grondig te bezien op welke wijze de belangenafweging die ziet op het recht op een gezinsleven van de veroordeelde en de rechten en wensen van slachtoffers, in de juridische praktijk vorm wordt gegeven, en gaat over tot de orde van de dag. Van Oosten Van Toorenburg Groothuizen kst-33552-31ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 33 552, nr. 31