Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 31 311Zelfstandig ondernemerschap Nr. 248 MOTIE VAN HET LID PODT C.S. Voorgesteld 22 juni 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de regering kiest om de aanpak van schijnzelfstan-digheid primair te benaderen vanuit werknemerscriteria; van mening dat de lasten van deze toets voor zowel echte ondernemers als de uitvoering zo veel mogelijk beperkt moeten worden; overwegende dat de toets op basis van de werknemerscriteria in sommige gevallen tot onduidelijke uitkomsten zal leiden; overwegende dat door de persoonlijke kenmerken van een persoon en hoe deze persoon doorgaans als ondernemer in het economisch verkeer werkt te bekijken, deze onduidelijkheid gereduceerd kan worden; verzoekt de regering om de contra-indicaties voor ondernemerschap binnen de gekozen route een zo zwaarwegend mogelijke rol te laten spelen; verzoekt de regering om de persoonlijke kenmerken van de werkende als ondernemer mee te laten wegen bij de beoordeling van arbeidsrelaties, en gaat over tot de orde van de dag. Podt Romke de Jong Smals kst-31311-248ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 311, nr. 248
22 jun 2023Motie ingediendMotie van het lid Podt c.s. over de persoonlijke kenmerken van de werkende als ondernemer mee laten wegen bij de beoordeling van arbeidsrelaties Bron ↗
22 jun 2023IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
27 jun 2023Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗