Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2014–2015 33 576Natuurbeleid Nr. 38 GEWIJZIGDE MOTIE VAN DE LEDEN JACOBI EN DIK-FABER TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 28 Voorgesteld 16 december 2014 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het monitoringprotocol voor de zoutwinning in de Waddenzee nog niet is vastgesteld; overwegende dat voor gaswinning in de Waddenzee een uitgebreid jaarlijks onderzoek plaatsvindt naar bodemdaling aan de hand van spijkermetingen; overwegende dat als er bodemdaling optreedt die gevolgen kan hebben voor de natuurwaarden van het Waddengebied, deze ongedaan moet worden gemaakt; overwegende dat de kosten van dit risico zo hoog zijn dat Frisia deze niet zal kunnen dragen zonder ernstige gevolgen voor zijn bedrijfsvoering en de daarmee verbonden werkgelegenheid; verzoekt de regering, in de vergunning voor zoutwinning aan Frisia vergelijkbare monitoringvoorwaarden op te leggen als die er gesteld zijn in de vergunning voor de gaswinning, en gaat over tot de orde van de dag. Jacobi Dik-Faber kst-33576-38ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 33 576, nr. 38
16 dec 2014Motie ingediendGewijzigde motie van de leden Jacobi en Dik-Faber (t.v.v. 33576, nr. 28) over de monitoringvoorwaarden in de vergunning voor zoutwinningBron ↗
16 dec 2014Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗