Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2017–2018 21 501-32Landbouw- en Visserijraad Nr. 1075 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID LODDERS TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 1046 Voorgesteld 21 december 2017 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Europees parlement heeft ingestemd met voorstellen voor vereenvoudiging en versoepeling van het gemeenschap-pelijk landbouwbeleid; constaterende dat één van deze voorstellen ertoe geleid heeft dat vanggewassen volgens de Europese regels minimaal acht weken op het veld moeten staan; verzoekt de regering, om zo spoedig mogelijk binnen de kaders van het gemeenschappelijk landbouwbeleid uit te gaan van de Europese minimumaanhoudperiode van acht weken voor vanggewassen te hanteren, en gaat over tot de orde van de dag, Lodders kst-21501-32-1075ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 21 501-32, nr. 1075
21 dec 2017Motie ingediendGewijzigde motie van het lid Lodders (t.v.v. 21501-32, nr. 1046) over een minimumaanhoudperiode van acht weken voor vanggewassen Bron ↗
21 dec 2017Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗