Motie van de leden Struijs en Dobbe over een expliciete wettelijke definitie van zorgfraude
29 jan 2026 · Tweede Kamer · Dossier 36800-VI · Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (VI) voor hetjaar 2026Nr. 123 MOTIE VAN DE LEDEN STRUIJS EN DOBBEVoorgesteld 29 januari 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat zorgfraude een groot probleem vormt, waarbijaanzienlijke publieke middelen verloren gaan en de kwaliteit en toeganke-lijkheid van het zorgstelsel kan worden aangetast;constaterende dat zorgfraude op dit moment lastig tegen te gaan is en inde praktijk onvoldoende wordt voorkomen of bestraft;constaterende dat er momenteel geen wettelijke definitie van zorgfraudebestaat;constaterende dat de Nederlandse Zorgautoriteit aangeeft dat zij door hetontbreken van deze wettelijke definitie niet kan vaststellen hoeveelsignalen daadwerkelijk als fraude kunnen worden aangemerkt;overwegende dat het ontbreken van een wettelijke definitie kan leiden totonduidelijkheid bij toezicht, handhaving en opsporing van zorgfraude;overwegende dat een duidelijke wettelijke definitie kan bijdragen aan eeneffectievere aanpak van zorgfraude;verzoekt de regering om in samenspraak met betrokken instanties tekomen tot een expliciete wettelijke definitie van zorgfraude, deze definitiewettelijk te verankeren, en de Kamer hierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.StruijsDobbe kst-36800-VI-123ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VI, nr. 123