kst-27625-220ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201127 625Waterbeleid Nr. 220 MOTIE VAN HET LID WIEGMAN-VAN MEPPELEN SCHEPPINK C.S. Voorgesteld 28 juni 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat in het Bestuursakkoord Water is afgesproken dat vanaf 2014 het Rijk en de waterschappen elk 50% bijdragen aan de waterschaps-projecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP); constaterende, dat Rijk en waterschappen een nadere verdeling uitwerken voor de 50% waterschapsbijdrage tussen een solidariteitsdeel via verevening en een doelmatigheidsprikkel en dat uitgangspunt hierbij is dat er geen onevenwichtige verschuiving van de lokale lasten optreedt, met name in gebieden met veel primaire waterkeringen en relatief weinig inwoners; overwegende, dat de waterschapslasten in waterschappen met veel primaire waterkeringen op dit moment al relatief hoog zijn; verzoekt de regering bij de uitwerking van de verdeling van de water-schapsbijdrage het principe van solidariteit tussen de inwoners in gebieden van ons land met weinig primaire waterkeringen en de inwoners in gebieden met veel primaire waterkeringen zeer zwaar te laten wegen, en gaat over tot de orde van de dag. Wiegman-van Meppelen Scheppink Koppejan Paulus JansenTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 27 625, nr. 220