Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 31 753Rechtsbijstand Nr. 61 MOTIE VAN DE LEDEN VAN DER STEUR EN RECOURT Voorgesteld 2 april 2013 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat alle mogelijkheden die kunnen bijdragen tot betaalbare rechtsbijstand het verdienen te worden onderzocht; overwegende dat «no cure, no pay» in enige vorm een bijdrage aan betaalbare rechtsbijstand kan leveren voor brede groepen in de samenleving; overwegende dat er vele varianten bestaan van «no cure, no pay», waardoor onaanvaardbare risico’s worden voorkomen; constaterende dat als gevolg van het verbod op «no cure, no pay» geen ervaring met dit middel kan worden opgedaan; roept de regering, in overleg te treden met de Nederlandse Orde van Advocaten om op een verantwoorde manier ervaring op te doen met «no cure, no pay» in enige vorm en de Kamer over de resultaten van dit proefproject te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Steur Recourt kst-31753-61ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 31 753, nr. 61