Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 21 501-20Europese Raad Nr. 1784 MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS C.S. Voorgesteld 23 maart 2022 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Turkse president Erdogan zich opwerpt als bemid-delaar in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne; constaterende dat de EU-leiders gesprekken voeren met president Erdogan; verzoekt het kabinet om tijdens de EU-top te benadrukken dat Erdogan niks wordt toegezegd of beloofd als beloning en dat zijn eventuele bemiddelaarschap volkomen losstaat van alle andere gesprekken en relaties met Turkije, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Plas Van Haga Eppink kst-21501-20-1784ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 21 501-20, nr. 1784
23 mrt 2022Motie ingediendMotie van het lid Van der Plas c.s. over tijdens de EU-top benadrukken dat Erdogan niets wordt toegezegd als beloning van zijn bemiddelaarschapBron ↗
23 mrt 2022IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
24 mrt 2022Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗