Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2017–2018 31 322Kinderopvang Nr. 370 MOTIE VAN HET LID WESTERVELD Voorgesteld 5 juli 2018 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat in het ontwerpbesluit kinderopvangtoeslag wordt uitgegaan van een kostenstijging van 4,9%; overwegende dat uit het rapport van Buitenhek blijkt dat de kostenstijging door de nieuwe beroepskracht-kindratio van een op drie bij de babygroepen hoger zal uitkomen; overwegende dat dit resulteert een hogere uurprijs van de kinderopvang; overwegende dat dit relatief nadeliger is voor gezinnen onder een modaal inkomen; voorts overwegende dat er grote onrust is in het veld over de gevolgen van de nieuwe beroepskracht-kindratio; verzoekt de regering, de maximumuurprijs van de kinderopvangtoeslag te verhogen en dit te dekken door een andere verdeling van de 248 miljoen euro die extra wordt uitgegeven aan de kinderopvangtoeslag, en gaat over tot de orde van de dag. Westerveld kst-31322-370ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 31 322, nr. 370