Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 066BelastingdienstNr. 1493 MOTIE VAN DE LEDEN STOFFER EN GRINWISVoorgesteld 10 april 2025 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de heffingskortingen de laatste jaren extreem zijnverhoogd, waardoor bijvoorbeeld de arbeidskorting van € 803 in 2001 isgestegen naar € 5.599 in 2025;constaterende dat de Evaluatie Heffingskortingen en Tariefstructuurconcludeert dat hogere kortingen maar beperkt effect hebben opbijvoorbeeld arbeidsparticipatie, en dat meerdere onderzoeken aantonendat de grenzen van de heffingskortingen zijn bereikt;overwegende dat hogere kortingen vaak leiden tot een hogere marginaledruk en een ingewikkelder stelsel, terwijl lagere tarieven juist tegenge-stelde effecten hebben;verzoekt de regering, indien er in het Belastingplan 2026 ruimte is voorlastenverlichting, de voorkeur te geven aan het verlagen van tarievenboven het verhogen van heffingskortingen,en gaat over tot de orde van de dag.StofferGrinwis kst-31066-1493ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 066, nr. 1493
10 apr 2025Motie ingediendMotie van de leden Stoffer en Grinwis over voorkeur geven aan het verlagen van de tarieven boven het verhogen van heffingskortingen Bron ↗
10 apr 2025IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
15 apr 2025Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗