Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 28 973Toekomst veehouderij Nr. 226 MOTIE VAN HET LID FUTSELAAR Voorgesteld 12 december 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de vraag naar vlees uit de vleeskalversector voor de Nederlandse markt beperkt is en het overgrote deel van deze vorm van vleesproductie is bestemd voor de export; overwegende dat de vleeskalversector kampt met dierenwelzijnsproble-matiek, zoals hoge sterftepercentages bij jonge dieren, bloedarmoede, een groot antibioticaverbruik, luchtwegproblemen en lange transport-tijden; constaterende dat de vleeskalversector in tegenstelling tot de melkvee-houderij niet is onderworpen aan het stelsel van dierrechten en fosfaat-rechten, terwijl het aantal vleeskalveren in Nederland jaarlijks toeneemt; verzoekt de regering, om de uitzondering voor het stelsel van dier- en fosfaatrechten voor de vleeskalversector los te laten en de rechten en plichten voor deze sector gelijk te stellen aan de melkveehouderij, en gaat over tot de orde van de dag. Futselaar kst-28973-226ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 28 973, nr. 226
12 dec 2019Motie ingediendMotie van het lid Futselaar over geen uitzondering voor de vleeskalversector voor het stelsel van dier- en fosfaatrechtenBron ↗
12 dec 2019Ingediend.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
17 dec 2019Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗