kst-19637-1339ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2010Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2009–201019 637Vreemdelingenbeleid Nr. 1339 MOTIE VAN HET LID AZOUGH Voorgesteld 21 april 2010 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag kan worden tegengeworpen bij ernstige vermoedens van oorlogsmisdrijven en mensenrechtenschendingen; overwegende, dat Afghaanse asielzoekers die voor de KhAD/WAD hebben gewerkt, in de rang van officier of onderofficier, asielbescherming onthouden wordt wegens vermoedens van mensenrechtenschendingen; overwegende, dat mensenrechtenorganisaties zoals de UNHCR en Amnesty International bezwaar maken tegen toepassing van artikel 1F, omdat er in openbare bronnen geen bewijzen te vinden zijn voor het roulatiesysteem; overwegende, dat het roulatiesysteem van belang is aangezien op grond hiervan alle officieren en onderofficieren van de Afghaanse geheime dienst betrokken zouden zijn geweest bij oorlogsmisdrijven en mensenrechtenschendingen; overwegende, dat het Team Internationale Misdrijven van het OM en de 1F-unit van de IND ervaring hebben opgedaan in deze Afghaanse asielzaken die mogelijkerwijze een ander licht kan werpen op het bestaan van het roulatiesysteem; verzoekt de regering om het Team Internationale Misdrijven van het OM en de 1F-unit van de IND te vragen of de informatie in het ambtsbericht al dan niet bevestigd wordt door hun ervaring en kennis en door asiel-zoekers die in het kader van een (strafrechtelijk) onderzoek zijn gehoord en de Kamer hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. AzoughTweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 19 637, nr. 1339
21 apr 2010Motie ingediendMotie Azough over bevestiging van informatie in het ambtsbericht door het Team Internationale Misdrijven en de 1F-Unit Bron ↗
21 apr 2010IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
22 apr 2010AangenomenBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗