Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 31 409Zee- en binnenvaart Nr. 234 MOTIE VAN DE LEDEN SCHONIS EN VOORDEWIND Voorgesteld 25 april 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Europese Unie in maart 2019 heeft besloten om operatie-Sophia te beëindigen; overwegende dat deze operatie een humanitair oogmerk had en was bedoeld om mensensmokkel uit de Middellandse Zee zo veel mogelijk tegen te gaan; overwegende dat de Minister te kennen heeft gegeven dat schepen van particuliere organisaties ongeschikt zijn om vergelijkbare humanitaire missies uit te voeren, vanwege de veiligheid aan boord van deze schepen; overwegende dat er binnen de EU landen zijn die als kopgroep kunnen functioneren en dat Nederland met hen het initiatief kan nemen om een vergelijkbare missie op te starten vanwege de voortdurende humanitaire crisis in Libië; overwegende dat een dergelijke kopgroep kan functioneren als antipirate-rijmissie vanwege een recent kapingsincident en ter bescherming van onze eigen koopvaardij; verzoekt het kabinet, te onderzoeken of er een Europese kopgroep te vormen valt om operatie-Sophia voort te zetten en daarbij ook een Nederlandse maritieme bijdrage aan te bieden, en gaat over tot de orde van de dag. Schonis Voordewind kst-31409-234ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 31 409, nr. 234