Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 24 515Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 593 MOTIE VAN HET LID KUZU Voorgesteld 25 februari 2021 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er door het vorige kabinet gelden zijn vrijgemaakt voor de bestrijding van armoede onder kinderen; overwegende dat inmiddels gebleken is dat deze gelden niet altijd voor dit doel worden uitgegeven; verzoekt de regering, deze middelen te oormerken en erop toe zien dat deze middelen worden gebruikt ter bestrijding van de armoede onder kinderen, en gaat over tot de orde van de dag. Kuzu kst-24515-593ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 24 515, nr. 593