Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 31 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid Nr. 506 MOTIE VAN DE LEDEN MOHANDIS EN JASPER VAN DIJK Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 14 december 2015 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat instellingen nu zelf kunnen bepalen op welke termijn tentamencijfers vervallen en misbruik maken van deze mogelijkheid in de WHW; overwegende dat de geldigheidsduur van tentamens slechts afhankelijk van de veroudering van didactische kennis moet zijn; van mening dat instellingen ook rekening moeten houden met persoon-lijke omstandigheden van de student, zoals dat wordt gedaan bij de hantering van het bindend studieadvies; verzoekt de regering om de WHW zo aan te passen dat tentamenresul-taten slechts kunnen vervallen wanneer de opgedane kennis aantoonbaar is verouderd én hierin duidelijk te omschrijven dat instellingen rekening moeten houden met de persoonlijke omstandigheden van de student, en gaat over tot de orde van de dag. Mohandis Jasper van Dijk kst-31288-506ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 31 288, nr. 506