statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer
Jeugdbeleid
Brontekst
De heer Ceder (ChristenUnie): Ik denk dat jeugdbeschermingsorganisaties en mensen die daar werken — het is best zwaar werk — dat doen omdat ze liefde voor het kind hebben en daarom onder heel zware omstandigheden die zorg willen bieden. Ik erken tegelijkertijd dat de overheid niet de garantie kan geven dat een kind dat onder toezicht komt van een dergelijke organisatie vanzelfsprekend beter af is. Onderzoeken wijzen uit dat die garantie helaas niet afgegeven kan worden. Ik denk dat ik eerder naar andere randvoorwaarden zou willen kijken. Een voorbeeld is dat heel veel gevallen die voor de rechter komen en waar soms uithuisplaatsingen plaatsvinden, te maken hebben met complexe scheidingen. Als je dat voorkomt, heb je die groep te pakken. Dat is in ieder geval een groep waarbij je denkt: daar is niets mis met het kind. U noemde het punt van de waarheidsvinding. Daarover ben ik het met u eens. Er wordt heel veel verteld en op grond daarvan moeten beschermers een conclusie trekken. Soms wordt een mening die wordt overgenomen op een gegeven moment een feit. Dat is waarheidsvinding. Ik denk dat je daar scherper naar zou moeten kijken. Maar ik denk dat dat niet rechtvaardigt dat je dat alleen bij de strafrechtrechter bepaalt. We zijn het eens over de beweging, maar ik denk dat het effectiever is om naar randzaken te kijken, zodat je echt tot de kern van het probleem komt. De blik is nu vooral op veiligheid gericht, terwijl die volgens mij veel meer op welzijn zou moeten rusten. Dan kom je tot meer knoppen waaraan je kunt draaien.
Versie faccfeef9791f786376bdfb5b50dd4f656d4e231b2c6c631f47bf4825383b782 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.