KamerkringInloggen
Uitspraak

het rapport van de commissie-Sorgdrager naar de Nederlandse wapeninzet in de Iraakse stad Hawija in 2015

15 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 149705f1b514de4b · officiële bron

Minister Brekelmans: Volgens mij moet ik het heel zorgvuldig formuleren. Ik erken een heleboel zaken die we achteraf gezien beter hadden kunnen doen. Ik erken dat er dingen fout of mis zijn gegaan en beter hadden gemoeten, zeker als het gaat om de informatievoorziening. Daarom nemen we alle aanbevelingen van de commissie over. Die gaan we ook verder invullen. Maar ik zeg niet dat je daarmee tot de conclusie komt dat het met de kennis van toen een onrechtmatige aanval was. Nog steeds geldt dat het met de kennis die we op dat moment hadden en de procedures die we op dat moment hadden doorlopen, rechtmatig was om die autobommenfabriek van ISIS aan te grijpen. Bij zo'n aanval zijn er altijd risico's. Dat moeten we ook eerlijk met elkaar erkennen. Dat is ook een conclusie van de commissie: wees eerlijk over de aard van oorlogsvoering. Het gaat altijd gepaard met risico's. Er zullen altijd, ook als je de procedures doorloopt, restrisico's zijn van dingen die je niet hebt gezien of niet hebt ingeschat. Ik zal hier in de Kamer dus nooit zeggen dat er geen risico's zijn en dat je die volledig kunt uitsluiten. Je moet wel doen wat in je macht ligt om die te minimaliseren, maar desondanks kunnen er onbedoeld dingen gebeuren. Dat is in dit geval gebeurd. Daarom bied ik mijn excuses aan voor het menselijk leed, dat ontzettend groot is, richting de mensen in Hawija. Daarmee heb ik, denk ik, ook diverse vragen van mevrouw Van der Werf van D66 beantwoord. Dan een vraag van de heer Van Dijk over het targetingproces en de positie van Nederland daarin. Daarvan heb ik eerder gezegd dat we in een latere fase binnen OIR wel die positie in de inlichtingenketen hebben ingenomen, niet alleen met een red card holder, maar ook met een inlichtingenofficier en een legal advisor. Dat zullen we in de toekomst ook doen. Dan zal er een teampje zitten van mensen die onderdeel zijn van dat targetingproces. Daarbij zullen we ook bekijken in welke positie in die keten en op welke fysieke plek we het beste kunnen zitten om daar zo goed mogelijk zicht op te hebben en daar zo veel mogelijk bij betrokken te zijn. Daarbij geldt altijd dat dat ook met instemming van je partners moet. We weten allemaal dat het delen van inlichtingen op basis van vertrouwen gebeurt en dat daar ook restricties bij zijn, maar we zullen dat nu zeker anders doen dan destijds, toen de gebeurtenissen rond Hawija plaatsvonden. De heer Van Baarle heeft een vraag gesteld over het deelnemen aan missies en de inlichtingenpositie. Volgens mij ben ik daarop ingegaan in mijn antwoord op de vragen van mevrouw Van der Werf en mevrouw Teunissen. Dat was de categorie aanval en targeting. Dan ga ik naar de informatievoorziening richting de Kamer en de videobeelden, waarop ik in de inleiding deels al een reactie heb gegeven. Ik begin met de heer Boswijk. Hij zei: maak duidelijker dat het ging om een oorlog, spreek daar niet in verhulde termen over en wees daar transparant over. Zoals ik in mijn introductie heb gezegd, ben ik het daar volledig mee eens. Volgens mij sluit dat aan bij het debat dat ik net had, waarin ik zei dat we eerlijk moeten zijn over de risico's die gepaard gaan met een militaire missie of oorlog. We moeten daar specifiek over spreken op basis van de informatie en inlichtingen die we hebben: welke inschatting kunnen we maken, wat weten we niet, wat zijn eventuele restrisico's die we met elkaar moeten accepteren en wat zijn daar potentieel de gevolgen van? Mevrouw Van der Werf stelde ook de vraag hoe het kan dat er zo lang is volgehouden dat er geen burgerslachtoffers zijn gevallen. Zoals ik in mijn introductie zei, is er te lang vastgehouden aan het feit dat wij niet zelf kunnen vaststellen en constateren hoeveel burgerslachtoffers er zijn gevallen, waardoor we er heel terughoudend in zijn geweest om daar ook maar iets over te zeggen. Zelfs in bepaalde rapportages staat: we kunnen het niet vaststellen, dus dan vullen we "nee" in, in plaats van "unknown", namelijk dat we het niet weten. Ik vind het van belang — daar zal ik straks, als het gaat over de verbeteringen, nog op terugkomen — dat je, als je een vermoeden hebt van burgerslachtoffers of als je denkt dat er mogelijk burgerslachtoffers zijn gevallen, dat vaststelt en dat je daar eerder en openlijk over communiceert. Maar de tendens, de neiging, was om te zeggen: als wij niet zelf kunnen vaststellen of er burgerslachtoffers zijn, als wij geen beelden hebben waarop we daadwerkelijk zien dat er burgerslachtoffers zijn, als we dat niet zelf feitelijk kunnen constateren of controleren, zijn we er terughoudend in om daar ook maar iets over te zeggen. Dat is een van de dingen die achteraf gezien anders hadden gemoeten.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 19c9043af49e7be1

13 okt 2026 · 6715c49a939c822d

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.