KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 25 nov 2025 · Tweede Kamer

Pakket Belastingplan 2026 (antwoord 1e termijn + rest)

Brontekst

Staatssecretaris Heijnen: U kunt niet wachten. Ik heb een vraag van de heer Stoffer: ben ik bereid om een oplossing te vinden voor pachtgronden in box 3 die een laag rendement hebben? Belastingplichtigen met een lager werkelijk rendement dan het forfait kunnen gebruikmaken van de tegenbewijsregeling; dat is bekend. Maar vanaf het belastingjaar 2025 is het meteen mogelijk om bij de belastingaangifte zelf het werkelijk rendement op te geven. Het is dus niet zo dat de overheid eerst te veel heft en de burger later weer moet corrigeren, zoals de heer Stoffer wellicht begreep. Er wordt meteen belasting geheven op basis van het juiste rendement. Ik ben me er terdege van bewust dat niet alle belastingplichtigen tevreden zijn met de werking van de tegenbewijsregeling. Daarom zet het kabinet in op zo snel mogelijke invoering van het toekomstige stelsel. Zo wordt altijd op basis van werkelijk rendement geheven. Dan de concrete vraag van de heer Stoffer. Hij had het over 2% rendement op gepachte gronden. Het kan zo zijn dat die in de totaalberekening niet voldoende gehonoreerd worden. Dan zeg ik: dat is nu eenmaal de systematiek die ook door de Hoge Raad is bepaald, waarbij je het totaalvermogen moet nemen en waarbij hoge en lage rendementen gemiddeld worden. Ik denk dat we het er met elkaar over eens zijn — dat hebben we ook gewisseld in dit wetgevingsoverleg — dat iemand met uitsluitend pachtgronden met succes een beroep op de tegenbewijsregeling zou kunnen doen. Maar iemand die naast pachtgronden ook aandelen heeft die wellicht een hoger rendement opleveren, zal toch het gemiddelde rendement in aanmerking moeten nemen. Wij zien op dit moment dan ook geen reden voor een extra uitzondering voor pachtgronden. De heer Stoffer vraagt ook of er misschien toch specifieke oplossingen zijn voor de groep eigenaren van rijksmonumenten. Hij vraagt of ik kan toezeggen om op die manier nog een keertje de uitvoering van zijn motie op te pakken in overleg met de sector. Rijksmonumenten zijn van nationale waarde en vaak van cultuurhistorische aard. Naar aanleiding van de motie-Stoffer heeft er overleg plaatsgevonden met de sector en het ministerie van OCW. Voor panden die rijksmonumenten zijn, gelden dezelfde regels als voor overige bezittingen in box 3. De kosten zijn dus niet aftrekbaar. Tegen de heer Stoffer zeg ik via u, voorzitter: een specifieke maatregel in box 3 voor monumentenpanden is helaas niet mogelijk. Ik wijs er wel op dat particuliere eigenaren van rijksmonumenten met een woonfunctie jaarlijks subsidie kunnen aanvragen voor de kosten die ze het voorgaande kalenderjaar hebben gemaakt. Dat kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Door deze subsidie hebben eigenaren van deze rijksmonumenten eigenlijk al een voordeel ten opzichte van andere vastgoedeigenaren, die onderhoud uitsluitend uit eigen middelen moeten bekostigen.

Versie 97328a60c43624db9922d31b0906853a22efcf6ed697e6c374b8764c32275760 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.