KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 13 mei 2025 · Tweede Kamer

Raad Buitenlandse Zaken Handel op 15 mei 2025

Brontekst

Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. Op 24 april 2024 stemde een ruime meerderheid in het Europarlement voor de CSDDD, de zogenaamde "antiwegkijkwet". Het was die dag precies elf jaar geleden dat de kledingfabriek Rana Plaza in Bangladesh instortte, waarbij 1.134 arbeiders omkwamen. De aangenomen wet was een mijlpaal. Voor Bengaalse textielwerkers. Voor vrouwen in de Nigerdelta wier kinderen door olie vervuilde vis eten. Voor consumenten, die meer zekerheid krijgen dat ze geen gifbloemen meer voor Moederdag kopen. Voor bedrijven, die hun inzet op verduurzaming beloond zien en hun strategische ketenrelaties versterken. Drie jaar lang was er over die wet onderhandeld. 500.000 belanghebbenden zijn geraadpleegd. In de Raad gaf VVD-minister Adriaansens namens Nederland groen licht voor de wet, die wat haar betreft zelfs een tikje scherper had gemogen. Dit wetgevende proces van jaren wordt nu in een bestek van maanden door de versnipperaar gehaald: nog nooit eerder vertoond in de geschiedenis van de EU. De juridische dienst van het Europees Parlement velt een vernietigend oordeel over het proces. In tijden van grote druk op de rechtsstaat schept dit volgens juristen een gevaarlijk precedent. Deelt de minister onze zorgen over het gevolgde proces? Niet alleen het proces deugt van geen kanten, ook op inhoudelijk vlak zijn de aanpassingen aan de wet onwenselijk en ondoelmatig, ook voor bedrijven. Dat blijkt ook uit de antwoorden die de minister zelf op onze feitelijke en schriftelijke vragen heeft gegeven. De minister bevestigt dat de Omnibus door de ondergrens van de OESO-richtlijnen zakt. Ze schrijft, en ik citeer: de aanpassingen zorgen voor meer verschillen met de OESO-richtlijnen. Het gevolg: onduidelijkheid voor bedrijven en ondermijning van een internationale standaard. Door alleen nog maar naar directe leveranciers te kijken, gaan bedrijven extra werk verrichten, juist daar waar de risico's klein zijn. In de woorden van de minister zelf: informatie over risico's verderop in de keten zal door de aanpassing minder snel bij bedrijven terechtkomen. In de Omnibus moeten bedrijven pas handelen als plausibele informatie hen bereikt, maar ook volgens de minister is onduidelijk wat daarmee bedoeld wordt, wat de rechtszekerheid aantast. Het ondermijnt ook het doel van de wet, namelijk het voorkomen van schendingen. Immers, als informatie een bedrijf eenmaal bereikt, is het kwaad al geschied. Het is precies om deze reden dat Nederland altijd in de Raad heeft gepleit voor opname van de gehele keten. Ook sneuvelt de EU-brede eis dat slachtoffers zich door ngo's of vakbonden kunnen laten vertegenwoordigen. Dat is een belemmering voor de rechtsgang, stelt het College voor de Rechten van de Mens. De minister schrijft dat het kabinet zelf voorstander is van het behouden van deze EU-brede civielrechtelijke aansprakelijkheid. Stemt zij alsnog in met het Omnibusvoorstel, als het niet lukt om deze harmonisatie te waarborgen? Ook verdwijnt de resultaatverplichting op klimaat, waardoor de onzekerheid voor bedrijven toeneemt en duurzame bedrijven gestraft worden voor hun inspanningen. Deze grote problemen met het voorstel zijn de reden dat een grote groep bedrijven — van Unilever tot Primark en van Nestlé tot Zeeman, van de textielsector tot verzekeraars — met klem vragen om de bestaande wet overeind te houden. Ze zijn ook de reden dat bijna alle betrokken ministeries het Omnibusvoorstel ondermaats vinden. Is de minister bereid om alleen in te stemmen met Omnibus op voorwaarde dat bovenstaande zes problemen, die zowel door haarzelf als door bedrijven en juristen zijn gesignaleerd, worden geadresseerd? Voorzitter. De minister geeft aan dat haar visie op handel ergens voor de zomer naar ons toe komt. Ik houd het dus kort over handel, want ik denk dat het debat daar dan over moet gaan. Toch heb ik wel één vraag. Minister Veldkamp gaf vorige week in naam van het hele kabinet aan dat handelspartner Israël het internationale recht schendt. Kan de minister bevestigen dat zij dit standpunt onderschrijft? Voorzitter. Iedereen in deze Kamer wil een krachtige Europese economie. Die staat of valt met betrouwbare wetgeving en het naleven van internationale regels. De liberale en extreemrechtse keuze voor minder regels gaat tegen de wens van veel bedrijven in. Dat is onverstandig en kortzichtig beleid dat onze economische positie verzwakt en onze waarden ondermijnt. Dank u wel.

Versie f67a954d255183d4d6d43dff0630ac32ad264fdd8be613fc80bccb1af71f71ca · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.