Toeslagen
Toeslagen
statement · 22 mei 2025 · Tweede Kamer
De heer Vlottes (PVV): Dank u wel, voorzitter. Als we kijken naar de agendastukken voor deze commissievergadering, dan zit daar eigenlijk ook de crux voor de huidige stand van zaken, zou ik bijna willen zeggen. Zo staat er bijvoorbeeld de actualiteitenbrief van de Dienst Toeslagen op, daterend van juni 2024, zo ongeveer een jaar geleden dus. Ook de Jaarrapportage Toeslagen uit maar liefst 2023 staat op de agenda. Nu is dat natuurlijk niet de schuld van deze staatssecretaris, maar het geeft wel het tempo aan waarin het onderwerp "toeslagen" zich voort lijkt te slepen. Gelukkig staat er dan ook nog een brief op de agenda met de veelbelovende titel Beleidsprioriteiten toeslagen. Daarin lezen we dat de staatssecretaris de hervorming van de toeslagen langs vijf prioriteiten wil aanvliegen. Daarin schrijft ze onder meer "een verkenning om mensen meer proactief te benaderen en hen te wijzen op hun rechten van toeslagen". Maar als we even terugkijken en de brief van 11 juni 2024 erbij pakken, dan zien we dat dit al gebeurde. Sterker nog, toen werd er gesproken over een — ik citeer weer — "integrale strategie bestaande uit vier sporen". De inhoud van die vier sporen laat ik nog even voor wat het is we zijn tenslotte niet bij het commissiedebat NS of ProRail. Maar het doel ervan was wel dat mensen die recht hebben op toeslagen, hier ook gebruik van gingen maken. We lezen in de brief van juni dat deze attenderingsacties toegepast zijn bij het aanvragen van de zorgtoeslag en ook succesvol zijn geweest. Desalniettemin is de staatssecretaris, zo lezen wij nu in een recente brief, toch voornemens om met een wetsvoorstel te komen om mensen op deze manier — nu heet het dan "proactief" — te benaderen over die toeslagen. Maar wat betekent dit voor het eerdere experiment met die attenderingsacties? Dat was immers al een succes. Ik heb begrepen dat het ertoe heeft geleid dat één op de drie uiteindelijk toch nog een toeslag heeft gekregen waar ze ook recht op hadden. De PVV vraagt zich af tegen welke grenzen of juridische grenzen we nu zijn aangelopen waardoor er echt een heel wetsvoorstel moet worden opgetuigd, wat dan ook weer jaren gaat duren. En wat is het verschil tussen een attenderingsactie in 2024 en een proactieve benadering in 2025? Voorzitter. Iedere inspanning om eenvoudige toeslagen toegankelijker te maken moet natuurlijk absoluut worden aangegrepen. Het CPB schreef in zijn rapport Onbenut recht — daar werd al eerder over gesproken — dat honderdduizenden huishoudens geen toeslagen aanvragen, terwijl die mensen er wel recht op hebben. Die mensen vragen dit bewust niet aan vanwege het wantrouwen in de overheid of een administratieve rompslomp. Bij de huurtoeslag, het kindgebonden budget en de zorgtoeslag is het aantal mensen dat hier geen gebruik van maakt, maar er wel recht op heeft, in de periode 2018-2021 — naar ik heb begrepen zijn dat immers de meest recente cijfers — zelfs gestegen. Kan de staatssecretaris hierop reageren en wellicht hiervan een update verstrekken? Hoe kijkt de staatssecretaris naar de conclusie van onderzoeker Simonse van de Universiteit Leiden, die ook stelt dat complexiteit en administratieve rompslomp juist de redenen zijn dat mensen niet gebruikmaken van de toeslagen, terwijl ze hier dus wel recht op hebben. Voorzitter. Dan nog een laatste puntje over de invorderingsstrategieën. We ontvingen gisteravond de beleidsreactie op het rapport van de IBTD. Ook deze brief is weer een vervolg op een brief uit oktober 2024, met ook weer veel overlappende termen. Dan ben je toch op zoek naar dat stukje vooruitgang. Nu lezen we onder het kopje signaleren maatwerksituaties dat bij het opeenstapelen van terugvorderingen een burger een zogenaamde standaardbetalingsregeling kan starten. Dat is goed nieuws. Zeker als er meerdere vorderingen zijn, kan een betalingsregeling soelaas bieden. Maar als we dan verder lezen, wordt er bij de standaardbetalingsregeling geen rekening gehouden met de betaalcapaciteit. Daardoor kan de persoon dus onder het bestaansminimum vallen, zo schrijft de staatssecretaris zelf ook. Maar waarom denken we nu anders dat mensen een betalingsregeling willen starten? Dat is juist omdat ze het anders niet kunnen betalen. We lezen nota bene in een voetnoot in de brief dat — ik citeer — "de standaardbetalingsregeling vorderingsgericht wordt aangeboden", zonder dat alle vorderingen hierin automatisch kunnen worden meegenomen in verband met het tekort in de IV-capaciteit. Op deze manier is die standaardbetalingsregeling een lege huls. Er is geen betalingsregeling. Het is eigenlijk niks. Het zijn losse vorderingen, die op hun beurt opeisbaar zijn, zonder dat ze rekening houden met de financiële ruimte. Nu wil de staatssecretaris daar met meer persoonlijk contact een persoonlijke betalingsregeling van maken, waarin er dan wel meer mogelijk is. Dat kan voor een gedeelte nu ook al, maar waarom gebeurt dit dan al niet in de fase van de standaardbetalingsregeling? Mensen vragen dan om een betalingsregeling. Zij hebben die keuze al gemaakt en denken "dit geeft mij ruimte en lucht", maar vervolgens worden ze alsnog geconfronteerd met alle juridische implicaties die een vordering met zich meebrengt. Daar worden ze alsnog mee geconfronteerd. Kan dit niet efficiënter en sneller door gelijk te wijzen op zo'n persoonlijke betalingsregeling? Dank u wel. Tot zover.
Versie 4b290983a30d824d4a26c4e8cbc1c98a251de11407f418627f7bfc15c76c354e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Toeslagen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.