KamerkringInloggen
Uitspraak

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2024 en Vaststelling van de begrotingsstaat van het Nationaal Groeifonds voor het jaar 2024 (L)

10 okt 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c3fd1bdf195f9998 · officiële bron

De heer Amhaouch (CDA): Voorzitter, met deze spreektijd krijg ik niet eens de gelegenheid om afscheid te nemen. Maar ik hoop dat ze het in vak K ook nog steeds leuk vinden. Voorzitter. Deze begrotingsbehandeling is voor mij een moment om vooruit te blikken, maar ook om even kort terug te blikken, want dit is mijn laatste begroting als woordvoerder EZK. Dat is een prachtige portefeuille met goede samenwerking en een scherp debat op de inhoud. Ik zou graag eerst even vooruitblikken en iets zeggen over de economie en ons verdienvermogen voor de toekomst vanuit de visie van ons Christen Democratisch Appèl. Het CDA ziet deze economie als een eerlijke, fatsoenlijke en innovatieve economie die een grote toegevoegde waarde creëert en die we passend moeten maken voor een voetafdruk die rekening houdt met mens en milieu. Het is een economie waarin we kiezen voor ondernemerschap als dienst aan de samenleving, waarin we kiezen voor het mkb, zonder daarbij de afhankelijkheid en waarde van grote internationale bedrijven uit het oog te verliezen, waarin we kiezen voor familiebedrijven vanwege de continuïteit door de generaties heen en waarin we kiezen voor een groene industriepolitiek die waardevolle banen en waardeketens voor Nederland en voor Europa behoudt. Voorzitter. De staat van de economie is niet iets wat ons overkomt. Groei, krimp, arbeid en kapitaal zijn niet groen als gras of blauw als lucht. We hebben invloed op welke kant het op gaat. We kunnen samenwerken aan deze eerlijke economie. Ik gun Nederland een Tweede Kamer die oog heeft voor ons verdienvermogen op de lange termijn. Ik heb het al eerder gezegd: als het gaat over geld uitgeven, dan zijn we bij wijze van spreken met twintig partijen in debat, maar als het gaat over hoe het geld wordt verdiend, dan is het maar heel beperkt. Twee ontwikkelingen maken dit relevanter dan ooit. Op de korte termijn zien we economische tegenwind en zelfs een milde recessie, ook in andere landen binnen en buiten Europa. Op de lange termijn krijgt Nederland te maken met stijgende uitgaven in verschillende transities en sectoren. We hebben in 2060 291 miljard aan zorgkosten volgens het rapport van de WRR. We hebben voor de komende jaren een Klimaatfonds van 35 miljard. En om onze veiligheid zeker te stellen, geven we miljarden uit om de 2%-norm van de NAVO bij Defensie te halen. Voorzitter. De taart moet dus duurzaam groter. Het Rijnlands model van samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid staat hierbij voor het CDA centraal. We moeten weer terug naar de polder. Topman Peter Wennink van ASML zei het treffend: "Er mist visie en systeemaanpak." Ik zou graag zien dat de industrie, de belangrijke onderzoeks- en kennisinstellingen en de overheid meer structureel gaan overleggen. We zien een nationale strategische industrie- en technologietafel hiervoor als een oplossingsrichting die we graag willen verkennen. Kan de minister hierop reflecteren? Dit kan naar het voorbeeld van een aantal andere Europese landen of naar het voorbeeld van de European Round Table for Industry. Niet ad hoc in geblindeerde busjes naar het Catshuis, maar structureel en transparant overleggen over de toekomst van de economie en ons toekomstig verdienvermogen, want anders overkomt het ons en de toekomstige generaties. Ik blijf ook wijzen op het belang van het Nationaal Groeifonds. Daarom mijn complimenten voor de daadkracht daarbij, waardoor gisteren nog drie projecten definitief zijn toegekend. De langetermijnfocus van het Groeifonds is een invulling van het rentmeesterschap voor volgende generaties. Dat moet voorop blijven staan. Voorzitter. Ik gun Nederland een Tweede Kamer die ervoor zorgt dat elke regio weer telt. Opeens is elke politieke partij voor de regio. Ik heb eerder reeds aangegeven dat als we Nederland willen optillen, we alle regio's moeten optillen. Het CDA was met het stuk Voor Heel Nederland als eerste wakker. Het rapport Elke regio telt! bevestigt ons verhaal, omdat in dit rapport nu juist wordt gesteld dat langjarige en structurele investeringen in regionale economische ontwikkelingen nodig zijn, ook in de gebieden waar het al minder goed ging. Hoe ziet de minister deze verantwoordelijkheid? In de begroting lees ik dat er een economische agenda voor de regio komt, maar deze is nog niet uitgewerkt en zit een beetje verstopt in de tekst. Graag een toelichting. Voorzitter. Het CDA pleit al langer voor meer steun aan regionale ontwikkelingsmaatschappijen en vooral voor meer bovenregionale samenwerking, maar het meerjarenplan laat al heel lang op zich wachten. We vragen daarin voortvarendheid. We overwegen daar samen met de VVD een amendement over in te dienen. Dan nog twee kleinere punten. De minister komt nog steeds niet met een oplossing voor snel internet in de buitengebieden. Volgens mij zijn dat ongeveer 16.000 aansluitingen. Ik overweeg een motie hierover. Ik wil dat de minister samen met marktpartijen de handschoen oppakt om toch te kijken wat er kan. Datzelfde geldt voor de subsidies op Chinees riet, waarmee we ambachtelijk Nederlands riet uit de kop van Overijssel de nek omdraaien. Hoe gaat de minister dit ongelijke speelveld wegnemen? Voorzitter. Ik gun Nederland een Tweede Kamer die trots is op het mkb en familiebedrijven. Deze bedrijven vormen de ruggengraat van onze samenleving. Bestaanszekerheid is ook voor het mkb een belangrijk thema. Het mkb en familiebedrijven hebben te kampen met verschillende uitdagingen: de nasleep van corona, stijgende kosten en marktfalen bij toegang tot financiering. Over dat laatste hebben we net al gesproken. De minister moet de mkb-bank echt concreet gaan maken, geïnspireerd op die British Business Bank. Ik dring er nogmaals bij de minister op aan dat zij hiermee voortvarend aan de slag gaat en roep ook mijn collega's op om hierop door te pakken, ook als ik weg ben. Ik wil ook het belang van een Crisisregeling Personeelsbehoud — dit is een vorm van deeltijd-WW — benoemen. Hoe is de minister van EZK hierbij betrokken en wanneer kunnen we iets tegemoetzien? Voorzitter. De nasleep van de coronacrisis trekt nog steeds diepe sporen bij ondernemers en hun gezinnen die achter bedrijven schuilgaan, die de belastingen en coronaschulden niet meer trekken. Denk aan slapeloze nachten, stress en zelfs vreselijke pogingen tot suïcide. In mijn gesprekken met mensen bij de KVK, Ondernemersklankbord en andere hulpinstanties trekken zij aan de bel. Kan de minister toezeggen dat er ook de komende een à twee jaar voldoende financiële middelen blijven om deze organisaties te laten doen wat ze moeten doen? Misschien is er geen perspectief meer voor het bedrijf, maar er moet altijd perspectief zijn voor de ondernemers zelf of voor hun gezin. Dit gaat over de menselijke maat. Voorzitter. Ik gun Nederland een Tweede Kamer die investeert in een duurzame, innovatieve en eerlijke economie van de toekomst. Het verhogen van de arbeidsproductiviteit, die al jaren stagneert, is nodig. Het is een publiek belang. Nederland is een klein land. We hebben niet de kwantitatieve aantallen vakmensen die andere grote landen wel hebben. Dat vraagt slim optreden. Dat betekent investeren in digitalisering, robotisering en proces- en productie-innovatie. Mijn vraag is hoe het staat met het onderzoek naar nieuwe instrumenten. Waarom handelt het kabinet in slow motion als het gaat over deze grote uitdaging? Ik kan één ding zeggen: het waait niet over. Voorzitter. Het CDA zet vol in op de groene industriepolitiek en zal er alles aan doen om de-industrialisatie te voorkomen, zodat we niet nog meer afhankelijk worden van derden. Tegen mijn collega's, met name aan de linkerzijde, zeg ik: we moeten vergroenen en digitaliseren mogelijk maken in plaats van bedrijven over de grens weg te jagen. We moeten bestaande succesbedrijven door laten groeien en kansrijke start-ups helpen ontwikkelen naar het nieuwe ASML of Philips. Hoe staat het in dit kader met de IPCEI-projecten en het batterijpact? Voorzitter. Als laatste gun ik mezelf een korte terugblik. Op 18 februari 2016 hield ik mijn maidenspeech. Het debat ging over de samenvoeging van de gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel, het nieuwe Brabantse Meierijstad. Ik sloot het debat af met een citaat van Jan Peter Balkenende uit 2005. Hij zei: "Eigenlijk is Nederland een land waar je geweldig trots op kunt zijn." Ik ben het daar nog steeds hartgrondig mee eens, maar daar hoort ook een grote waarschuwing bij: laten we waakzaam zijn voor de geest die genoegzaamheid heet. Voorzitter. Ik dank natuurlijk ook vanuit hier mijn collega-woordvoerders voor mij in de zaal. Ik dank ook de ministers voor hun inzet. Ik dank speciaal alle ondernemers in de industrie, maar ook andere bedrijven bij wie ik op bezoek mocht. Hun creativiteit, inventiviteit en visie inspireert mij elke dag opnieuw. Ook dank ik al die ondernemers die in de coronatijd in vertrouwen hun kwetsbaarheid, zorgen en problemen met mij hebben gedeeld aan de keukentafel. Deze periode zal ik niet snel vergeten.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.