Uitspraak · 20 feb 2025 · Tweede Kamer
Uitvoerbaarheid van beleid op het boerenerf (CD d.d. 23/01)
Brontekst
Minister Wiersma: Dat is de basis voor de uitwerking. Ik hoop dat daarmee de vraag beantwoord is. Ik kom bij de moties. Ik begin met de motie op stuk nr. 181 van het lid Kostić van de Partij voor de Dieren. Die motie gaat over de biologische landbouw en verzoekt te verkennen hoe investeringen naar biolandbouw kunnen bijdragen aan minder complexiteit en minder afhankelijkheid. Ik moet deze motie ontraden, want ik zet in op de brede ontwikkeling van de landbouw. Het biologische spoor is absoluut een van de ontwikkelrichtingen, maar niet de enige. Extra onderzoek daarnaar is wat mij betreft overbodig, want er is al veel onderzoek. Wat betreft minder complexiteit van wet- en regelgeving is het bijvoorbeeld nu al zo dat in het GLB en de eco-regelingen bio direct het predicaat "goud" krijgt, in tegenstelling tot al die andere ontwikkelrichtingen van de landbouw. Er zit dus wel differentiatie in. Met heel veel ander beleid zetten we ook in op stimulering van de biosector. Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 182. Die is van de heer Grinwis, mede ingediend door Vedder en Van Campen. Die gaat over onwenselijke knelpunten bij samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers. Ik geef deze motie oordeel Kamer. Dan de motie van de heer Grinwis, medeondertekend door Vedder, Flach en Holman, op stuk nr. 183. Die gaat over het recht op vergissen. Daar hadden we het in het debat ook uitvoerig over. Die geef ik ook oordeel Kamer. Dan de motie van de heer Holman en de heer Grinwis op stuk nr. 184. Die gaat over de doelsturing, namelijk om per 1 januari 2026 een start te maken met de KPI's ureum, stikstofbodemoverschot en nitraat. Ik denk dat deze motie exact onderschrijft waarmee we bezig zijn in de ontwikkeling van de bedrijfsspecifieke doelsturing. Op dit moment zijn we natuurlijk goed aan het kijken welke KPI's — deze, maar ook andere — daaraan bijdragen en wat ze doen voor doelbereik, uitvoerbaarheid en de consequenties van beleid op het boerenerf. Ik geef deze motie oordeel Kamer. We gaan hier de komende tijd hard mee aan de slag. De heer Flach van de SGP had een motie ingediend over bedrijfsspecifieke normen. Dat is de motie op stuk nr. 185. Die vraagt om nu al te starten met het vaststellen van de bedrijfsspecifieke ammoniakuitstoot nabij stikstofgevoelige natuur met behulp van de KringloopWijzer en aanvullende monitoring. Ik wil deze motie het oordeel "ontijdig" geven. In het kader van de ministeriële commissie gaan we op dit moment hard aan de slag met vergunningverlening en natuurherstel, zoals u weet. Wat betreft bedrijfsspecifieke emissiedoelen hebben we best nog wel wat huiswerk te verrichten, ook waar het gaat om de borging van de data. Dit is echt iets waar we op dit moment heel hard aan werken. Dit is echt ontijdig. Het is onverstandig om hier op dit moment beslissingen over te nemen. De motie krijgt dus "ontijdig" als oordeel.
Versie b4c4d916b4ff1e67856f9e4fe28db66609f1568de21be994e59d0cdc8f22dbac · Officiële bron.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.