Initiatiefnota van het lid Podt "Meedoen vanaf dag één" (36139)
Brontekst
Versie dc5ffeeb65589ad4 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenStaatssecretaris Van der Burg: Maar de staatssecretaris en de minister — want dit geldt wellicht ook voor haar — geven natuurlijk alleen maar antwoord op vragen die aan ons zijn gesteld. Het is mij niet toegestaan om namens D66 te spreken. Dat zou de wereld een stuk mooier maken. Voorzitter. Net als de indiener van dit document zal ik beginnen met een inleiding. Daarna ga ik in op de overgebleven vragen. Ik begin wat kritisch en ik eindig met een hoopvol bericht. Ik ben niet zo positief over het voorstel dat hier op dit moment ligt. De heer Futselaar zei dat dit voorstel nog voor de vorige crisis van vorig jaar is ingediend. Dat is niet helemaal juist. Het is ingediend op 21 juni. Toen lagen er al zes weken lang mensen in het gras te slapen in Ter Apel, dus voor mij was de crisis toen al zes weken lang aan de gang. Dat schetst ook meteen een onderdeel van het vraagstuk waarmee we hier te maken hebben. We hebben op dit moment in Nederland onvoldoende capaciteit ten opzichte van de hoeveelheid mensen die naar Nederland komen. D66 — of mevrouw Podt, maar ik ga ervan uit dat zij namens D66 spreekt, vandaar — heeft samen met een aantal andere partijen gezegd dat wij in Nederland grip moeten krijgen op migratie. Dat moeten wij ook echt doen, want op het moment dat wij grip hebben op migratie, zijn wij ook in controle over datgene wat er allemaal geregeld moet worden voor mensen die hiernaartoe komen voor werk, liefde, studie of asiel. Want daarover gaat het als het gaat over grip op migratie. Daarbij zie je een nadrukkelijke correlatie tussen arbeidsmigratie en asiel. Dat blijkt ook wel hier in het debat. Daarom concentreer ik mij dus even wat meer op die twee, waarbij ik voor alles wat met werk te maken heeft uiteraard, via de voorzitter, naar mijn rechterbuurvrouw kijk. Op dit moment hebben we die grip op migratie niet. In andere debatten ga ik het dan met de heer Eerdmans en de heer Brekelmans en ik denk ook met de heer Van den Brink — ik heb nog weinig ervaring met hem — hebben over instroombeperking en uitstroombevordering. Maar wat in ieder geval aan de orde is, is dat we op dit moment te weinig opvangplekken hebben. Daardoor ontstaat precies de situatie die ook door mevrouw Podt wordt geschetst: we hebben 30.000 structurele azc-plekken, de rest zit in de noodopvang of de crisisnoodopvang, en dat betekent dat mensen voortdurend moeten verhuizen door Nederland. Dat heeft tot gevolg dat we een aantal andere voorzieningen niet op orde hebben. Het begint met zaken die nog meer primair zijn dan werken, zoals onderwijs voor kinderen en zorg voor mensen met allerlei problematiek. De reguliere zorg wordt uiteraard wel geboden. Dat zeg ik tegen mevrouw Kröger. Maar het gaat om de extra zaken, die ook zo noodzakelijk zijn. We zullen er eerst voor moeten zorgen dat we dat op orde hebben. Het volgende zeg ik er nog even bij. Daarna zal ik zwijgen, want ik zag de heer Paternotte zijn hand opsteken. Het betekent ook dat precies gebeurt wat mevrouw Podt zegt: iemand zit vandaag een maand in Goes en kan volgende maand in Groningen zitten. Dat schiet op het gebied van werk niet op. Ik ga zo door, voorzitter, maar ik denk dat u de heer Paternotte mij wil laten interrumperen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.