statement · 11 jun 2026 · Tweede Kamer
Ruimtelijke ordening
Brontekst
De heer Mooiman (PVV): Dank u wel, voorzitter. We hebben het vandaag over de ruimtelijke ordening, een belangrijk onderdeel van de puzzel om te komen tot oplossingen voor de grote uitdagingen waar we voor staan. Wat de PVV betreft dient ons ruimtelijkeordeningsbeleid ons allereerst in staat te stellen tot het halen van de doelstelling van 100.000 woningen per jaar. Woningbouw binnen de stad, buiten de stad, klein- en grootschalig: we zullen het allemaal nodig hebben om de woningcrisis effectief tegen te gaan. Daarom is het goed dat de minister het belang van de woningbouwopgave verder verankerd in de volgende fase van de Nota Ruimte. De Kamer heeft daar de afgelopen maanden op meerdere manieren toe opgeroepen. We zijn positief over de wijze waarop de minister aangeeft invulling te willen geven aan een aantal van onze moties die zijn aangenomen. De urgentie die we, denk ik, met z'n allen voelen op dit dossier moet worden omgezet naar in de praktijk bruikbaar beleid waarvan de uitvoering vervolgens ook bewaakt wordt door deze minister. In dat kader wil ik nog even terugkomen op de discussie die we recent hebben gehad over de provincie Zuid-Holland. We waarderen de brief van de minister aan Provinciale Staten die aan de provincie is verzonden. We zien dat dit tot actie heeft geleid. Daarmee is wat ons betreft invulling gegeven aan de motie die we hieromtrent hebben ingediend. Het uiteindelijke resultaat telt. Desondanks blijft het van groot belang dat de minister scherp monitort in hoeverre en op welke wijze invulling wordt gegeven aan de nationale ambities die we hier met elkaar vaststellen, en of de ruimte die we creëren voor gemeenten om aan de slag te gaan niet wordt belemmerd of beperkt door tussenlagen zoals provincies. De discussie roept ook de vraag op in hoeverre afspraken die het Rijk maakt met andere overheden serieus worden genomen. Want als de provincie Zuid-Holland afspreekt om 248.000 woningen te realiseren tot 2030 en er vervolgens 68.000 worden gebouwd, maar er ook beleid wordt gevoerd dat woningbouw op allerlei manieren beperkt, frustreert en belemmert, dan kun je je sterk afvragen of de wil er wel is om die afspraken na te komen. Hoe gaat de minister dit in het vervolg beter monitoren en op welke momenten zegt zij: dit kan niet? Is de minister het met ons eens dat het zicht hierop beter zou kunnen? We zien de aangenomen motie omtrent de uitvoeringsstrategie in de Nota Ruimte overigens als onderdeel hiervan. Voorzitter. Recent is door de Kamer ook een motie aangenomen ten aanzien van het borgen van de continuïteit van de grondstoffenwinning voor woningbouw. Het is belangrijk dat hierop wordt ingezet om problemen in de toekomst te voorkomen. Tegelijkertijd heeft ook dit onderwerp natuurlijk een relatie met de Nota Ruimte. Is de minister van plan om, eventueel in samenspraak met haar collega-bewindspersonen van IenW, ruimte voor bouwgrondstoffenwinning concreet te gaan borgen binnen de Nota Ruimte? Dan wil ik het ook graag hebben over Moerdijk. Laat duidelijk zijn dat wat de PVV betreft Moerdijk behouden dient te worden en niet hoeft te wijken voor ambities omtrent de energietransitie. Maar de verschillende overheden die zich met deze situatie bezighouden, zijn allesbehalve duidelijk. Wat gaat het nu worden, waarom en hoe? Ook deze minister heeft natuurlijk een verantwoordelijkheid vanuit haar coördinerende functie op het gebied van ruimtelijke ordening. We zouden graag meer toelichting van de minister willen ten aanzien van deze casus dan dat zij in haar brief van eind mei heeft gegeven. Voorzitter. Dan nog een aantal andere onderwerpen ten aanzien van het gebruik van de ruimte. De Kamer heeft met enige regelmaat aandacht gevraagd voor de vestiging van grote energievragers zoals datacenters; het is zojuist ook even langsgekomen. Deze zijn weliswaar belangrijk voor de digitalisering, maar vragen ook heel veel ruimte en heel veel elektriciteit. Is de minister het met ons eens dat locaties voor datacenters moeten passen bij de beschikbare en toekomstige netcapaciteit en dat dit ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid niet moet belemmeren? Tot slot wil ik het nog hebben over de Omgevingswet zelf. De VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen waarschuwen voor problemen binnen het stelsel, bijvoorbeeld waar het gaat om het DSO. Meer dan twee jaar na de inwerkingtreding voldoet het DSO nog niet aan de afspraken van het basisniveau en ook niet aan de verwachtingen van gebruikers en de daaruit volgende dienstverlening, die wel nodig wordt geacht. Hoe kijkt de minister naar deze problematiek? Hoe wil zij aansturen op het kunnen voldoen aan het basisniveau en de verdere verbetering van het DSO? Tot zover, voorzitter.
Versie 3043401a374cb26275942b1c8a7bf871edf02489f05cb6b3e7fe016c8a530a20 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Jeremy Mooiman