KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 5 okt 2026 · Tweede Kamer

Initiatiefnota van de leden Straatman, Mutluer en Mathlouti over de aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen (36662)

Brontekst

Mevrouw Straatman (CDA): Dat is een van de kernpunten waarom we graag die onafhankelijkheid willen bewaren. Je wil juist de rol van de werkgever, die de zorg moet faciliteren en ervoor moet zorgen dat er voldoende zorg is, scheiden van het steunpunt, waar mensen zo vroeg mogelijk iets kunnen signaleren. De heer Struijs zei het net ook. Je wil zo vroeg mogelijk aan de voorkant komen, zonder dat je allerlei twijfels hebt over wat het voor je eigen organisatie betekent. Daarvoor is juist de onafhankelijkheid van het steunpunt zo belangrijk. De organisatie, het steunpunt, zal natuurlijk inzicht hebben in wat er op papier is ingeregeld en hoe het in de praktijk werkt. Mochten er veel signalen komen dat dat niet matcht, dan ben ik heel blij dat we één centrale locatie hebben waar die informatie samenkomt. Die kan dan gebundeld teruggaan richting de werkgevers of de politiek, zodat we er ook op kunnen sturen. Voorzitter. Ik ga verder. Ik heb, denk ik, een heel aantal gestelde vragen al meegenomen. Er zijn misschien nog een aantal vragen. Mevrouw Van der Plas vroeg hoe het 24/7-meldpunt er concreet uitziet. Ik heb er zojuist al veel over gezegd. Een aantal werkgevers dat hieraan verbonden is, moet daar wel gewoon personeel voor leveren, zodat zij aan de voorkant, bij de intake, daadwerkelijk de signalen kunnen ontvangen en de klachten kunnen doorgeven. Zij zullen dan inschatten bij welke PTSS-zorgverlener de betreffende persoon het beste terechtkan. Dat kunnen heel veel verschillende zorgverleners zijn. Ik denk dat de kracht van het punt is dat we niet afdoen aan de bestaande zorgstructuur. Het is dus niet iets op afstand, zou ik tegen mevrouw Van der Plas willen zeggen. Juist in het maatwerk behouden we de bestaande zorgstructuur. We helpen alleen mensen om er veel eerder toegang toe te krijgen. De versnippering leidt ertoe dat je de toegang feitelijk niet hebt. Wellicht is dat wel op papier zo, maar in de praktijk niet. We maken de toegang dus veel beter en makkelijker. Dat was het antwoord op de vraag of het een centrum op afstand wordt. Dat wordt het dus zeker niet. Volgens mij vroeg mevrouw Coenradie wat de regierol van het Rijk is. Wat mij betreft scheiden we de rol van de werkgever en de rol van het Rijk. De werkgever blijft verantwoordelijk voor de zorg en de uitvoering. Daar zullen we continu het gesprek mee moeten aangaan, in de zin van: "We zien ongerechtvaardigde verschillen. Hoe kan dat? Herstel dit." De rol van het Rijk is om dit aan te jagen, het gesprek via zo'n loket te faciliteren en de kennisbundeling mogelijk te maken, zodat we niet alleen de richtlijnen hebben waar de minister in de kabinetsbrief naar verwijst, maar we daadwerkelijk zien dat het in de praktijk tot verbetering leidt. Zo zie ik de rol van het Rijk: aanjagen, kennis bundelen en daar waar het niet goed gaat ingrijpen. Dan was er een vraag over het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi), volgens mij ook van mevrouw Coenradie. De heer Van Lanschot stelde die vraag ook. Zien wij het Veteraneninstituut als het ideale voorbeeld? Het antwoord daarop is ja. Ik denk niet dat we het wiel nogmaals moeten uitvinden. We hebben in Nederland een heel goed werkend instituut. Daarbij kunnen natuurlijk ook allerlei dingen beter, maar we mogen er ook heel trots op zijn. Het is een instituut dat uniek is in de wereld. Wij spraken vrijdag opnieuw met het Veteraneninstituut. Toen herhaalden zij opnieuw: wij hebben in Nederland ongeveer 100.000 veteranen en er werken 270 medewerkers bij dat instituut. Ter vergelijking: in Duitsland zijn er bijna 10 miljoen veteranen en 7 medewerkers. Het is dus een superrobuuste infrastructuur waar we natuurlijk gebruik van moeten maken. Je ziet ook dat bijvoorbeeld de ambulanceregio's voor een deel al zijn aangehaakt, 6 van de 25 ambulanceregio's. De brandweer is ook heel incidenteel aangehaakt. Allereerst bevestigt dit dat het versnipperd is en dat het natuurlijk ontzettend onrechtvaardig is dat de ene ambulancebroeder wel gebruik kan maken van die mooie infrastructuur en de andere niet. Aan de andere kant maakt dit het dus ook mogelijk om die infrastructuur in te zetten voor meerdere geüniformeerde beroepen. Zo zien wij dat ook; wij zien het echt als een gefaseerd proces om de infrastructuur die er al ligt, te gebruiken en uit te breiden.

Versie 35b19360a3f305d26219d48bd8e6f11fd52aae4ab83a6f70aa719a432db3364c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.