KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 24 sep 2025 · Tweede Kamer

Arbeidsmarktbeleid en arbeidsmarktdiscriminatie

Brontekst

Minister Paul: Voorzitter, dank u wel. In mijn vorige functies, eerst als minister en daarna als staatssecretaris Primair en Voortgezet Onderwijs en Emancipatie, heb ik van dichtbij gezien dat arbeidsmarktkrapte een grote uitdaging is voor, in dit geval, het onderwijs. Ik heb ook gezien hoe belangrijk goed werkgeverschap is om mensen te behouden voor belangrijke maatschappelijke sectoren zoals het onderwijs. Maar ook de zorg werd genoemd; zo zijn er verschillende sectoren. De arbeidsmarkt is cruciaal voor een bloeiende economie. Iedereen is nodig om de maatschappelijke opgaven aan te pakken, zoals zorg, veiligheid, onderwijs en het bouwen van meer woningen. Zonder voldoende mensen en goed opgeleide mensen lukt dit niet. Ik vind het dan ook een eer en een prachtige opgave om me de komende periode als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in te zetten voor een goed functionerende arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Door de vergrijzing blijft arbeidsmarktkrapte iets waar we nog lang mee te maken zullen hebben en mee om moeten gaan. Dit roept ook de vraag op hoe we al het werk gedaan gaan krijgen. Onze economie past zich op de krapte aan, bijvoorbeeld via hogere lonen voor werknemers en investeringen in de arbeidsproductiviteit door werkgevers. Maar helemaal vanzelf gaat dat niet. Ook van de richting die de aanpassingen opgaan, kunnen en moeten we iets vinden. Ik wil bijvoorbeeld niet laten gebeuren dat krapte op de arbeidsmarkt de economie stuurt op een manier die allerlei ongewenste effecten heeft, zoals lesuitval door een tekort aan leraren of verminderde toegang tot huisartsenzorg in provincies als Limburg en Zeeland. We hebben vorige week nog een uitgebreid en mooi debat gehad over arbeidsmigratie. Arbeidsmigratie biedt geen duurzame oplossing. Arbeidsmigratie zorgt ook weer voor extra vraag en toenemende druk op de woningmarkt, de zorg en het onderwijs. Bovendien kan het een prikkel tot innovatie wegnemen; wanneer we laagbetaalde arbeidskrachten naar Nederland halen, is voor veel ondernemers de prikkel om te innoveren wat minder. Dit vraagt om gerichte en selectieve arbeidsmigratie. Als we kiezen voor de inzet van arbeidsmigranten is het belangrijk dat zij ook de Nederlandse taal leren. Dat deel ik met mevrouw Saris. Voor de zomer heeft u een uitgebreide brief ontvangen over de sociale inbedding en de taalbeheersing van arbeidsmigranten. Hierin staan verschillende maatregelen om dit te verbeteren. Een verplichting voor werkgevers of werknemers, zoals gesuggereerd werd door NSC, vind ik echter niet wenselijk. Ook vind ik het niet wenselijk om voor te schrijven welke voertaal op de werkvloer gehanteerd moet worden. Dergelijke wetgeving zou leiden tot extra regeldruk voor werkgevers en werknemers en kent ook juridische bezwaren; mevrouw Saris refereerde daar zelf al aan. Iedereen is hard nodig op de arbeidsmarkt. Het kabinet zet in op meer arbeidsparticipatie van mensen die langs de kant staan of meer uren willen werken. Dat vergt om te beginnen — dat zeggen we vaker in deze Kamer — dat meer werken loont, dat mensen zich dat realiseren en dat ze dat ook ervaren in hun portemonnee. Het kabinet heeft daarom werken lonender gemaakt, bijvoorbeeld door de introductie van de laagste schijf in de inkomstenbelasting. Het kabinet werkt ook aan de hervormingsagenda voor de vereenvoudiging van inkomensondersteuning. Ook loopt er, gefinancierd vanuit het Nationaal Groeifonds, het programma Meer uren werkt! waarin meer werken gestimuleerd wordt en er tegelijkertijd onderzocht wordt wat daarvoor nodig is. Daarnaast loopt er in het primair onderwijs een nieuwe meerjarige pilot waarin verschillende schoolbesturen experimenteren met meerurenmaatwerk. Ik weet dat daar inmiddels zo'n 200 scholen aan meedoen. Ik vind het wel mooi om te benoemen dat die benaming, "meerurenmaatwerk", vanuit de sector zelf is ontstaan. Aanvankelijk hadden we vanuit het ministerie van OCW bedacht dat we de "meerurenbonus" gingen introduceren. Maar de grap is dat we door het stimuleren van het goede gesprek tussen schoolleiders en leraren veel beter konden achterhalen wat mensen — in dit geval ging het om leraren, maar dit geldt ook voor andere sectoren — nodig hebben om uiteindelijk eventueel meer uren te werken. Het ging niet altijd om geld. Het ging bijvoorbeeld heel vaak over meer flexibiliteit wat betreft de eigen agenda, het rooster. Mij staat een heel mooi gesprek bij dat ik met een leraar had. Die zei: ik wil mijn eigen kinderen ook weleens naar school brengen. Als je door het goede gesprek te voeren dat kunt faciliteren en iemand ertoe kunt brengen om meer uren te werken, dan heb je echt een win-winsituatie. Zo wordt er in dat experiment inderdaad met dit soort zaken gewerkt, onder andere in het onderwijs, maar ook in de zorg.

Versie ac2c1ab5283352fb5f3592b7a27cf87a1ecfff96d784267dab3ff0cb66b21436 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 625ec35216d3e2e1

13 okt 2026 · f9913716203bf426

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.