Uitspraak · 23 okt 2023 · Tweede Kamer
Wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid (Kamerstuk 35958)
Brontekst
Minister Yeşilgöz-Zegerius: Dat zijn andere vragen. Die komen zo nog langs. Ik zou dus willen adviseren om dat in samenhang aan te horen. De politie doet heel ander onderzoek. Die doet vervolgingsonderzoek, kijkt naar strafbare feiten en handelt daarnaar. De AIVD doet heel gericht onderzoek naar de gevaren en de dreigingen die er zijn. De NCTV doet dat fenomenenonderzoek, maar brengt ook verschillende beelden bij elkaar. Daarover zijn heel veel concrete vragen gesteld. Wetende hoe complex dit kan zijn als je langs elkaar heen praat, zou ik willen aanraden om in ieder geval een aantal antwoorden alvast mee te geven. Daar zitten namelijk ook voorbeelden bij en die geven misschien wat meer beeld. Misschien gebeurt dat ook niet, maar dan kunnen we het wellicht op die manier misschien samen afbakenen. Ik zei net tegen mevrouw Mutluer dat individuele burgers niet onderzocht mogen worden. Daar is toezicht op. Dat is aan de ene kant het interne toezicht door de functionaris gegevensbescherming, wat een wettelijke taak is. Ten tweede is dat het algemene toezicht op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming door de Autoriteit Persoonsgegevens. Ten derde gebeurt dat door de Inspectie Justitie en Veiligheid. Dat zit daar dus allemaal in. Dan een vraag van de heer Sjoerdsma. Dat is even een uitstapje, maar voor de volgorde van de vragen is dat wel relevant, zeg ik ook richting mevrouw Mutluer. Meneer Sjoerdsma vroeg terecht: waarom wordt de controle door de Inspectie JenV in de wet opgenomen als dat niet per definitie nodig is? De taak van de Inspectie Justitie en Veiligheid staat niet letterlijk in de tekst van de wet. Het is inderdaad ook niet nodig, want die taak volgt al uit het organisatiebesluit van het ministerie. Wel is in artikel 5a geregeld dat de resultaten van de controle van de werking van de wet met de Tweede Kamer worden gedeeld. Het artikel is opgenomen om wettelijk te borgen dat de Tweede Kamer daarin ook altijd wordt meegenomen. Het is dus een extra borging die ik relevant acht en die wij relevant achten. Ik moet zeggen dat we wel echt getwijfeld hebben. We zetten nu namelijk een extra stap die zuiver technisch niet noodzakelijk is. Maar ik vond het heel belangrijk, gelet op de vele gesprekken die we precies hierover hebben gehad in de Kamer, en over de wet, om er toch voor te kiezen om 'm extra op te nemen. Dat is eigenlijk het antwoord. Door de SP werd gevraagd: is het toezicht van de AP wel voldoende ingeregeld met de wet? De AP kan een toezichthoudersrol nu al moeilijk aan. Er moet al heel veel toezicht gehouden worden. Hoe wegen we dat? De bevoegdheden die de Autoriteit Persoonsgegevens heeft in haar toezichthoudersrol, zijn geregeld in de AVG en in de Uitvoeringswet AVG. Daarin zijn er bevoegdheden variërend van waarschuwen tot het stilleggen van de verwerking van de persoonsgegevens tot het opleggen van een boete. De Autoriteit Persoonsgegevens wordt hierin gevoed door die functionaris gegevensbescherming die erbij komt. De Inspectie JenV en AP zijn dan … Ik moet zeggen: de inspectie en AP vullen elkaar aan, en de functionaris gegevensbescherming, die erbij komt, zal er ook voor zorgen dat AP wordt gevoed. Met de inspectie specifiek zal ook nog worden gesproken over de benodigde capaciteit. Op deze manier zijn we ervan overtuigd dat we een mooi stelsel van drie toezichthouders hebben opgetuigd, waardoor iedereen ook écht z'n ding kan doen. Daar gaat het natuurlijk om. Mevrouw Mutluer stelde in dit verband ook nog de vraag wat de rol van die functionaris is. Wat gaat die nou precies doen? De functionaris gegevensbescherming heeft een functie die vastgesteld is in de AVG. Dat is een optie de we daarbij hebben. De taken staan ook in de AVG. De bevoegdheden, zoals daarin opgenomen, zijn aanvullend op die van de Autoriteit Persoonsgegevens. Die functionaris adviseert, ziet toe op de naleving en werkt samen met de Autoriteit Persoonsgegevens. De AP heeft bevoegdheden om de maatregelen op te leggen die ik net aangaf. Die functionaris kan dat niet, maar die kan wel de Autoriteit Persoonsgegevens informeren. Dan kan de AP die maatregelen opleggen. Dit is een constructie die we met elkaar hebben vastgelegd in de AVG en die op verschillende plekken bij de overheid terugkomt. Die krijgt nu dus ook bij de NCTV nadrukkelijk een rol. Ik kom straks nog op de voorbeelden waar mevrouw Mutluer om vroeg, maar ik heb hier eerst nog een andere vraag van haar. Ze vroeg: hoe zit het nou precies met die bewaartermijnen? Volgens mij had de SP die vraag ook. Voor persoonsgegevens afkomstig van sociale media geldt dat deze binnen een jaar zo veel mogelijk vernietigd of gepseudonimiseerd — ik heb het ook lastig met de uitspraak, meneer Sjoerdsma — dienen te zijn. Dat wordt nog wat met de andere vragen en ik heb nog wel zo geoefend, voorzitter. Uiterlijk binnen vijf jaar moeten de resterende persoonsgegevens vernietigd zijn. Alleen als er nog lopende inzageverzoeken zijn of rechtszaken, is daar een uitzondering op mogelijk. Dat geldt ook voor berichten die zeer beperkte gevolgen hebben voor de privacy van de betrokkenen. Maar dat moet dan eerst wel door de functionaris geadviseerd zijn. Als de functionaris besluit dat het niet de juist route is, dan zal erop gehandeld moeten worden. Voor persoonsgegevens die niet afkomstig zijn van sociale media geldt een termijn van vijf jaar. Die is vastgelegd in de wet en controleerbaar. Het profileren door middel van technische hulpmiddelen is expliciet uitgesloten in de wet. De vraag van de SP hierover heb ik hiermee denk ik beantwoord. Volgens mij werd ook nog gezegd: je kunt een uitzondering maken, omdat je gegevens soms langer moet bewaren. Dat is soms nodig. Dat kan zijn bij analysewerkzaamheden. Dan kan een bericht van groot belang zijn voor een trend of fenomeen dat langer loopt, met geringe gevolgen voor de privacy van betrokkenen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het manifest van een aanslagpleger. Maar dan moet het wel zo concreet en duidelijk zijn. Bij de coördinatie geldt dat een casus zich soms over een langere periode afspeelt. Dan kan het noodzakelijk zijn om gegevens langer te bewaren, maar wederom onder toezicht. Dat is dan ook verankerd. Mevrouw Mutluer zegt: de ervaring met de NCTV is dat de NCTV zich in het verleden groter heeft gemaakt. Ze vraagt dus hoe we ervoor gaan zorgen dat deze wet het doel heeft dat we willen en ook zo werkt. Kunnen we over een jaar daarnaar kijken? Ik steun volledig de inzet van mevrouw Mutluer dat het nu op een goede manier moet gaan, zodat we allemaal precies weten wie wat aan het doen is en met welk doel. Ik stel voor dat we bijvoorbeeld over een jaar tussentijds rapporteren over de uitvoering van de wet. Mijn ervaring leert dat nieuwe wetten na één jaar evalueren geen goed idee is, omdat de tijd te kort is. Je moet dan immers een evaluatie opzetten en de gegevens al hebben. Ik zou dus zeggen dat dit na een jaar nog niet zo veel oplevert, maar dat we dan wel een tussenmoment kunnen creëren, zodat er in ieder geval wel informatie naar de Kamer komt. Zoals we dat inmiddels altijd doen bij wetten, zal drie jaar na de inwerkingtreding van de wet sowieso een echte evaluatie worden gedaan. De vragen die vandaag zijn gesteld en de vragen die mevrouw Mutluer hierover had, zullen we daar dan ook expliciet in meenemen. Dat zullen we doen en we zorgen er dus ook voor dat u na een jaar een update krijgt. Dan ben ik bij de rol en de taken van ...
Versie f8ab9b2398c56fd581df24d0b3e53e0da529f6c1de7f21d995703ed1460d730b · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.